V-N 2021/2.29
Bewijsvermoeden is volgens A-G toegestaan bij belastingheffing
HR (Parket) 25-11-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1122, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 november 2020
- Zaaknummer
19/05499
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS249657:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:246, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑02‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:1122, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2020
- Wetingang
art. 16 AWR
Essentie
A-G IJzerman is van mening dat de inspecteur met bewijsvermoedens kan voldoen aan de normale bewijslast, mits daaraan voldoende relevante omstandigheden en uitgangspunten ten grondslag zijn gelegd.
Samenvatting
Erflaatster beschikte sinds 1984 over een verzwegen rekening bij een Zwitserse bank. Op 26 juli 2004 heeft erflaatster het bij de Zwitserse bank aangehouden saldo verdeeld over haar zoons, tevens erfgenamen. In haar aangiften IB over 2001-2003 heeft erflaatster geen vermogensbestanddelen opgenomen die voorkwamen op die rekening. De zoons/erfgenamen hebben in de onderhavige procedure dienovereenkomstig gesteld dat die aangiften juist waren, omdat er in die jaren geen vermogen op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.