NJB 2023/986:Medeplichtigheid door ‘opzettelijk behulpzaam zijn bij’ hennepteelt, art. 48 aanhef en onder 1 Sr: hiertoe is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op het behulpzaam zijn als bedoeld in deze bepaling, maar ook dat het opzet van de verdachte al dan niet in voorwaardelijke vorm was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf. In casu kan niet zonder meer uit de bewijsvoering worden afgeleid dat de verdachte ‘opzettelijk’ gelegenheid heeft verschaft tot het in de bewezenverklaring genoemde opzettelijk telen van hennep. Dat de verdachte niet periodiek heeft gecontroleerd wat in de woning gebeurde maakt dat niet anders.