Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.1:12.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.1
12.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489681:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een modelakte Graler 2006C. Zie voor de vraag op welk moment in een bouwproject deze akte kan worden getekend: Berger 1992A, p. 396-397 en 1992B, p. 610; Holtman 1992A, p. 240; 1992C, p. 503; 1992D, p. 611; Van Velten 2006, p. 362-363; Wibbens-de Jong 2006, p. 7 en rechtsvraag WPNR 1997/6256. Zie voor de wijze waarop mandeligheid in de openbare registers wordt verwerkt: Holtman 1993A, p. 214.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mandeligheid ontstaat ingevolge art. 5:60 door het sluiten van een overeenkomst (bestemmingsovereenkomst) houdende bestemming van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut van twee of meer erven, gevolgd door inschrijving van een afschrift van de notariële akte waarin de overeenkomst is vastgelegd in de desbetreffende openbare registers.1 De vraag die in dit hoofdstuk moet worden beantwoord is deze: wat is de inhoud van deze bestemmingsovereenkomst? Het gaat dan om de bestemming van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut van een aantal erven. De vragen zijn: wat is bestemmen?, wat is nut?, wat is gemeenschappelijk nut?
Het begrip bestemmen zal – onder andere – onder verwijzing naar het oude Burgerlijk Wetboek worden bezien in relatie tot erfdienstbaarheden.
Het nutsvereiste was onder het regime van het oude Burgerlijk Wetboek bekend met betrekking tot erfdienstbaarheden. Tijdens de parlementaire geschiedenis van het huidige Burgerlijk Wetboek is gediscussieerd over dit vereiste, met als gevolg dat het geheel is verdwenen. Reden om eerst te spreken over het nutsvereiste in verband met erfdienstbaarheden naar oud en huidig recht. Vervolgens zal worden gesproken over het nutsvereiste in relatie tot mandeligheid. In het bijzonder zal de parlementaire geschiedenis worden besproken.
In verband met het nutsvereiste werd, onder het regime van het oude Burgerlijk Wetboek, vaak ook aandacht besteed aan het zogenaamde naburigheidsvereiste. Zowel ten aanzien van erfdienstbaarheden als ten aanzien van mandeligheid speelt dit begrip thans geen rol meer. Om die reden wordt – als intermezzo – in par. 12.6 slechts een zeer korte schets van dit vereiste gegeven.
Aan het slot volgt een conclusie.