NJB 2026/416
Verzoek op grond van art. 162 lid 2 Sv van de officier van justitie aan de Belastingdienst om informatie te verstrekken: de officier van justitie en de door deze aangewezen hulpofficier zijn ingevolge art. 162 lid 2 Sv bevoegd tot het bij de in die bepaling bedoelde openbare colleges en ambtenaren inwinnen van inlichtingen over vermoedelijke begane strafbare feiten, waarvan deze colleges en ambtenaren in de uitoefening van hun bediening kennis hebben gekregen. Het opvragen van deze informatie kan plaatsvinden met een aan zo’n college of ambtenaar gericht verzoek en hoeft niet bij uitsluiting plaats te vinden door aanwending van de bevoegdheid van artikel 126nd Sv. In casu kon het hof oordelen dat de door de Belastingdienst verstrekte informatie rechtmatig is verkregen. Verbeurdverklaring art. 33a Sv: onder ‘het strafbare feit’ in art. 33a lid 1, aanhef en onder a, Sr moet het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. In casu heeft het hof geen vaststellingen gedaan waaruit kan volgen dat dit banktegoed is verkregen door het bewezenverklaarde medeplegen van witwassen zodat het cassatiemiddel slaagt. Oplegging van een geldboete die (mede) strekt tot ‘afroming’ van het door het bewezenverklaarde feit verkregen voordeel: zie daarover HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:179.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:233
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
21/02294
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:233, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:668, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑08‑2024
- Wetingang
(art. 126nd, 162 Sv)
Essentie
Verzoek op grond van art. 162 lid 2 Sv van de officier van justitie aan de Belastingdienst om informatie te verstrekken: de officier van justitie en de door deze aangewezen hulpofficier zijn ingevolge art. 162 lid 2 Sv bevoegd tot het bij de in die bepaling bedoelde openbare colleges en ambtenaren inwinnen van inlichtingen over vermoedelijke begane strafbare feiten, waarvan deze colleges en ambtenaren in de uitoefening van hun bediening kennis hebben gekregen. Het opvragen van deze informatie kan plaatsvinden met een aan zo’n college of ambtenaar gericht verzoek en hoeft niet bij uitsluiting plaats ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.