Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2006/42/EG betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking)
Artikel 1 Toepassingsgebied
Geldend
Geldend van 22-03-2013 tot 14-01-2027
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-01-2016.
- Bronpublicatie:
05-02-2013, PbEU 2013, L 60 (uitgifte: 02-03-2013, regelingnummer: 167/2013)
- Inwerkingtreding
22-03-2013
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-02-2013, PbEU 2013, L 60 (uitgifte: 02-03-2013, regelingnummer: 167/2013)
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Gezondheidsrecht / Voedsel- en warenkwaliteit
1.
Deze richtlijn is van toepassing op de volgende producten:
- a)
machines;
- b)
verwisselbare uitrustingsstukken;
- c)
veiligheidscomponenten;
- d)
hijs- en hefgereedschappen;
- e)
kettingen, kabels en banden;
- f)
verwijderbare mechanische overbrengingssystemen;
- g)
niet voltooide machines.
2.
Deze richtlijn is niet van toepassing op:
- a)
veiligheidscomponenten die bestemd zijn om identieke componenten te vervangen en die geleverd zijn door de fabrikant van de oorspronkelijke machine;
- b)
specifiek voor kermissen en/of amusementsparken bestemd materieel;
- c)
machines die speciaal zijn ontworpen of in bedrijf zijn gesteld voor nucleaire doeleinden en waarvan een defect uitstoot van radioactiviteit tot gevolg kan hebben;
- d)
wapens, met inbegrip van vuurwapens;
- e)
de volgende vervoermiddelen:
- —
landbouw- en bosbouwtrekkers, met uitzondering van uitrustingsstukken die op deze voertuigen zijn aangebracht,
- —
motorvoertuigen en hun aanhangwagens die vallen onder Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), met uitzondering van machines die op deze voertuigen zijn aangebracht,
- —
voertuigen die vallen onder Richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (2), met uitzondering van machines die op deze voertuigen zijn aangebracht,
- —
motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor wedstrijden, en
- —
vervoermiddelen voor het vervoer door de lucht, over het water en over spoornetten met uitzondering van daarop aangebrachte machines;
- f)
zeeschepen en mobiele offshore-eenheden, alsmede machines die aan boord van dergelijke schepen en/of eenheden zijn geïnstalleerd;
- g)
machines die specifiek voor militaire of politiële doeleinden zijn ontworpen en geproduceerd;
- h)
machines die specifiek zijn ontworpen en gebouwd voor onderzoeksdoeleinden voor tijdelijk gebruik in laboratoria;
- i)
mijnliften;
- j)
machines voor het verplaatsen van kunstenaars tijdens een optreden;
- k)
elektrische en elektronische apparatuur binnen volgende gebieden, voorzover deze vallen onder Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (3):
- —
huishoudelijke apparaten die voor privégebruik zijn bestemd,
- —
audio- en videoapparatuur,
- —
apparatuur die wordt gebruikt in de informatietechnologie,
- —
gewone kantoormachines,
- —
schakelmaterieel en besturingsapparatuur voor laagspanning,
- —
elektromotoren;
- l)
de volgende hoogspanningsinstallaties:
- —
schakelmaterieel en besturingsapparatuur,
- —
transformators.
Voetnoten
PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/28/EG van de Commissie (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 27).
PB L 124 van 9.5.2002, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/30/EG van de Commissie (PB L 106 van 27.4.2005, blz. 17).
PB L 77 van 26.3.1973, blz. 29. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB L 220 van 30.8.1993, blz. 1).