NJ 1926, p. 1078
Koop en verkoop van spoorwegmateriaal. Vraag of de verkooper zich zelf in de onmogelijkheid had gebracht om te leveren. Beroep op bedrog subs. dwaling op grond dat het gekochte oud ijzer en afbraak zoude zijn. Afwijking van hetgeen uitdrukkelijk is overeengekomen ?
HR 18-06-1926, ECLI:NL:HR:1926:277, m.nt. Prof. E. M. Meijers (Spoorwegkamp Andruicq/Amexima)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 1926
- Magistraten
Mrs. Bosch, Savelberg, Jhr. Feith, Visser en v. d. Dries.
- Zaaknummer
[18061926/NJ_1926,_p._1078]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Roepnaam
Spoorwegkamp Andruicq/Amexima
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS121730:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1926:277, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑1926
- Wetingang
(BW art. 1358, 1374, 1509-1548.)
Essentie
Koop en verkoop van spoorwegmateriaal. Vraag of de verkooper zich zelf in de onmogelijkheid had gebracht om te leveren. Beroep op bedrog subs. dwaling op grond dat het gekochte oud ijzer en afbraak zoude zijn. Afwijking van hetgeen uitdrukkelijk is overeengekomen ?
Samenvatting
De maatregelen, welke de verkooper heeft genomen (kort geding te Parijs, gevolgd door sequestratie en verkoop der goederen) hadden het doel en de strekking om onder de gegeven omstandigheden, naar goede trouw en billijkheid op zoodanige wijze aan den leveringsplicht te voldoen als in redelijkheid van den verkooper kon worden gevorderd in verband met de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.