V-N 2025/16.18
A-G: prejudiciële vragen over intrekking vergunning beperkt fiscaal vertegenwoordiger en art. 23-vergunning
HR (Parket) 28-02-2025, ECLI:NL:PHR:2025:274, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
28 februari 2025
- Zaaknummer
24/01195
- Conclusie
A-G Ettema
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7709:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / In- en uitvoer
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:274, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑02‑2025
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Ettema concludeert dat bij de intrekking van de vergunningen niet is voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld in art. 33g lid 6 Wet OB 1968. De voorwaarden waaronder een vergunning wordt afgegeven en de gronden om deze in te trekken moeten namelijk worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. Wel adviseert de A-G nog om prejudiciële vragen te stellen.
Samenvatting
X BV treedt op als beperkt fiscaal vertegenwoordiger (art. 33g Wet OB 1968) voor een aantal Chinese ondernemingen zonder vaste inrichting in Europa. X BV doet voor deze ondernemingen BTW-aangifte via haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.