Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.4.4.4
4.4.4.4 De bevoegdheid ten aanzien van verzekeraars gevestigd in niet-lidstaten
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS396002:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Burgerlijke rechtsvordering, (Vlas), art. 9 Rv, aantekening 5: 'Ook onderdeel c van art. 9 Rv kan tot toepassing komen in geval van oorlog of natuurrampen of wanneer om andere redenen te voorzien is dat voor het verkrijgen van een vonnis in andere landen dan Nederland een inspanning zou moeten worden geleverd die niet kan worden gevergd. De woorden 'onaanvaardbaar' en 'vergen' in onderdeel c wijzen erop dat van deze mogelijkheid van het forum necessitatis zeer spaarzaam gebruik moet worden gemaakt en het onderdeel restrictief moet worden uitgelegd.'
Tot slot van deze paragraaf kort het Nederlandse jurisdictierecht, zoals dat is neergelegd in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv). Dit is van belang als de gedaagde - in dit geval de verzekeraar - gevestigd is in een niet-lidstaat.
Art. 1 Rv stelt buiten twijfel dat verdragen en EU-verordeningen, zoals Brussel I, het Verdrag van Lugano en de Benelux-Overeenkomst, boven de nationale regeling gaan. Zijn dergelijke (internationale) regelingen niet toepasselijk, dan gelden de bepalingen van boek 1, titel 1, afdeling 1 Rv.
Art. 2 Rv bevat de hoofdregel: de Nederlandse rechter heeft - in zaken die met een dagvaarding worden ingeleid - rechtsmacht als gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Daarin wijkt Rv niet af van de hoofdregel van de Verordening Brussel I en van de Benelux-Overeenkomst.
Voor verkeerszaken is daarnaast van belang art. 6 onder d: de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht, als het geschil betreft een verbintenis uit onrechtmatige daad en het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan. Dat houdt in dat de Nederlandse benadeelde van een verkeersongeval in Nederland waarvoor een bezoekend buitenlands motorrijtuig aansprakelijk wordt gehouden, de buitenlandse veroorzaker in Nederland in rechte kan betrekken, vooropgesteld dat de Verordening Brussel I en de Benelux-Overeenkomst niet van toepassing zijn. Voor toepasselijkheid van de Verordening Brussel I is vereist, dat de gedaagde in een lidstaat woont.
Een voorbeeld: volgens deze regel zou een Nederlandse benadeelde bij een verkeersongeval in Nederland een Turkse aansprakelijke en, als de Turkse wet aan de benadeelde een directe actie tegen de verzekeraar toekent, ook zijn verzekeraar, dus in Nederland kunnen dagvaarden. Omdat deze mogelijkheid niet is beperkt tot de benadeelde zelf, staat deze actie in Nederland ook open voor bijvoorbeeld het Waarborgfonds Motorverkeer dat de schade heeft vergoed die in Nederland is veroorzaakt door een Turks motorrijtuig waarvoor geen geldige groene kaart is afgegeven.
Enige aandacht behoeft art. 9 Rv. Onder drie omstandigheden komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, ondanks het feit dat deze op grond van art. 2 tot en met 8 ontbreekt. Naast het geval van de gedaagde die in de procedure verschijnt niet uitsluitend met het doel de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter in te roepen, zijn dat:
de situatie dat een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt; en
die waarin een zaak bij dagvaarding moet worden ingeleid en voldoende met de Nederlandse rechtssfeer is verbonden, terwijl het onaanvaardbaar is dat eiser de zaak aan het oordeel van de rechter van een vreemde staat onderwerpt.1
Hier kan worden gedacht aan gevallen waarin de situatie in het land waarvan de rechter volgens de normale regels bevoegd zou zijn dermate onrustig is, dat normale rechtspleging onmogelijk is: (burger)oorlog. Bij wijze van voorbeeld: een Nederlander die in Irak gewond raakt bij een verkeersongeval tijdens de Golfoorlog, behoeft dan geen procedure te starten in Irak. Van grote praktische betekenis in de verkeersschadepraktijk is deze bepaling vanzelfsprekend niet.