Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/3.1
3.1 Inleiding
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS605418:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In HR 13 juli 2007 (ABN AMRO), rek.nrs. R07/100HR (OK 135), R07/101HR (OK 136) en R07/102HR (OK 137), www.rechtspraak.nl, is beslist dat het bestuur van ABN AMRO Holding ten volle bevoegd was om te besluiten tot een fusie, zonder hierbij voorafgaand de ava te betrekken. Hierbij overwoog de Hoge Raad in r.o. 4.5: ‘Ook hier geldt dat het bestuur bij de vervulling van zijn bij wet of statuten opgedragen taken het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming behoort voorop te stellen en de belangen van alle betrokkenen, waaronder die van de aandeelhouders, bij zijn besluitvorming in aanmerking behoort te nemen.’
In OK 17 januari 2007 (Stork), nr. 15/2007 OK, www.rechtspraak.nl, stelde de Ondernemingskamer vast dat het door de directie gevoerde beleid brede steun ondervond van de aandeelhouders, de RvC, de COR, de werknemers, de werknemersorganisaties en de zakelijke relaties, maar ook door de belangenorganisatie VEB.
Het ondernemingsrecht bestaat uit een aantal verschillende rechtsgebieden. Storm en Van Steenbergen (2000) maken in dit verband onderscheid tussen ondernemingsrecht en sociaal-economisch recht. Ondernemingsrecht heeft volgens hen direct te maken met de onderneming als organisatorische eenheid en is in de eerste plaats naar binnen gericht. Sociaal-economisch recht is juist gericht op de onderneming in haar externe betrekkingen. In dit verband rekenen zij het mededingingsrecht en het wettelijk financieel toezicht tot het sociaal-economisch recht. In het kader van deze studie beschouw ik deze rechtsgebieden echter gemakshalve ook als delen van het ondernemingsrecht.
In de ondernemingsrechtelijke literatuur wordt ook wel gesproken over ‘vennootschapsrecht’. Slagter (2005) geeft aan dat het vennootschapsrecht gevoelig is voor veranderingen in maatschappelijke opvattingen en stromingen, en noemt in dit verband een aantal ‘lange golven’. Eén van die lange golven is de ontwikkeling van het vennootschapsrecht tot het ondernemingsrecht, en wel in twee betekenissen. In de eerste plaats zijn de regelingen van het ondernemingsrecht niet alleen gericht op de BV en NV, maar ook op andere rechtsvormen. Ten tweede gaat het niet alleen om de rechtspositie van de vennoten of aandeelhouders, maar om die van alle belanghebbenden bij een onderneming. Dit is de ‘stakeholdersbenadering’, die ook in hoofdstuk 2 is behandeld. Overigens is de relevantie van de stakeholdersbenadering voor het ondernemingsrecht door de Hoge Raad bevestigd in de zaak over de voorgenomen verkoop van dochtervennootschap LaSalle door ABN AMRO aan Bank of America.1 De benadering was ook één van de uitgangspunten in de uitspraak van de Ondernemingskamer in de zaak Stork.2
In dit hoofdstuk onderzoek ik aangrijpingspunten die in het ondernemingsrecht kunnen worden gevonden voor de omschrijving van verbondenheid tussen lichamen en tussen lichamen en natuurlijke personen. Achtereenvolgens komen eenmansondernemingen en personenvennootschappen aan de orde, alsmede het rechtspersonenrecht met de begrippen ‘groep’, ‘dochtermaatschappij’ en ‘deelneming’. In dit kader wordt tevens ingegaan op de ondernemingsrechtelijke aspecten van ‘corpora-te governance’. Voorts wordt aandacht besteed aan het medezeggenschapsrecht, mededingingsrecht, faillissementsrecht en het financieel toezichtsrecht op ondernemingen. Ik behandel ook de verbondenheid die blijkt uit de literatuur over de vraag of het concernrecht een afzonderlijk rechtsgebied zou moeten zijn. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie.