Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/3.4.1:3.4.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/3.4.1
3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS478043:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM en MvA II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 94-96.
Zie HR 11 oktober 1985, NJ 1986/68 (Kramer q.q./NMB) en HR 26 juni 1998, NJ 1998/745, m.nt. P. van Schilfgaarde (Aerts q.q./ABN AMRO).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
72. Nieuwe goederen ontstaan zodra alle vereisten voor dat ontstaan zijn vervuld. Het tijdstip valt aldus samen met het tijdstip waarop het laatste voor het ontstaan noodzakelijke rechtsfeit geschiedt. Welke rechtsfeiten de ontstaansvereisten vormen van een goed, kan verschillen per (type) goed. De wet zwijgt meestal over het ontstaansmoment. Voor vorderingsrechten kan uit art. 6:1 BW enkel worden opgemaakt dat zij slechts kunnen ontstaan, indien dit uit de wet voorvloeit. De bepaling van het ontstaansmoment van vorderingen is overgelaten aan het oordeel van de rechter.1 Het ontstaansmoment van roerende zaken wordt in de regel bepaald aan de hand van de open norm van de de verkeersopvatting. Slechts in uitzonderlijke gevallen volgt uitdrukkelijk uit de wet wanneer bepaalde goederen ontstaan. De regeling voor vruchten in art. 3:9 lid 4 BW vormt hiervan een voorbeeld. Deze regeling bepaalt dat een natuurlijke vrucht een zelfstandige zaak wordt door haar afscheiding en dat een burgerlijke vrucht een zelfstandig recht wordt door haar opeisbaarheid. Tot het moment van deze verzelfstandiging zijn vruchten toekomstige goederen.2
Daarnaast kan worden onderscheiden tussen goederen met een materieel ontstaansmoment en goederen met een formeel ontstaansmoment. Met een materieel ontstaansmoment wordt bedoeld dat het desbetreffende goed rechtstreeks uit de wet ontstaat, zodra de noodzakelijke inhoudelijke kenmerken van het recht zijn vervuld. Een formele vaststelling van het bestaan van het goed is niet vereist voor het ontstaan van het recht. Een voorbeeld van een goed waarvoor uitdrukkelijk een materieel ontstaansmoment geldt, is een belastingvordering. Naar vaste rechtspraak volgt een belastingschuld rechtstreeks uit de wet. De aanspraak ontstaat reeds voordat zij bij aanslag is vastgesteld. Het opleggen van de aanslag is niets anders dan het in een bepaalde vorm en met de aan die vorm verbonden rechtsgevolgen vaststellen van het door de belastingplichtige verschuldigde belastingbedrag.3 Het materiële ontstaansmoment van een goed kan, bij gebreke van een duidelijke bepaling van dat tijdstip danwel van de vereisten voor dat ontstaan, aanleiding geven tot moeilijkheden.
Het octrooi vormt daarentegen een voorbeeld van een goed waar uitdrukkelijk een formeel ontstaansmoment geldt. Het octrooi ontstaat immers niet vanzelf door het enkele doen van een uitvinding. Het octrooi komt (uiteindelijk) tot stand doordat een bevoegde instantie het octrooi verleent door verrichting van de daartoe vereiste formaliteiten.4 Goederen met een formeel ontstaansmoment vormen echter een uitzondering.