Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.7.1:6.7.1 Verdeling
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.7.1
6.7.1 Verdeling
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481148:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 5:63 lid 2 is een uitwerking van het bepaalde in art. 3:178. De uitzondering op de hoofdregel dat iedere deelgenoot steeds verdeling van het gemeenschappelijke goed mag vorderen, welke uitzondering voortkomt uit de ‘aard van de gemeenschap’ wordt expliciet gemaakt. De aard van de gemeenschap ex art. 5:62 verzet zich tegen verdeling door crediteuren en beperkt gerechtigden. De bestemmingsovereenkomst kan worden tegengeworpen aan alle crediteuren. Beperkt gerechtigden zijn gebonden aan bestemmingsovereenkomsten voor zover die voor de vestiging van hun recht tot stand zijn gekomen.
Uit dien hoofde is art. 5:63 lid 2 eigenlijk overbodig.
Ook vanuit een andere optiek is dit laatste lid overbodig. Het ‘niet mogen verdelen’ vloeit reeds voort uit het afhankelijke karakter van mandeligheid. De regel van art. 5:63 lid 2 ligt reeds besloten in art. 5:63 lid 1.