NJF 2018/516
Goederenrecht. Verjaring. Niet iedere verkrijger uit hoofde van art. 3:105 BW is aan te merken als pleger van een onrechtmatige daad.
Rb. Oost-Brabant 18-07-2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:3493
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
18 juli 2018
- Magistraten
Mr. A. de Boer
- Zaaknummer
C/01/329850 / HA ZA 18-57
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2018:3493, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 18‑07‑2018
- Wetingang
Art. 3:105 jo; 3:306; art. 6:162 jo; art. 6:103 BW
Essentie
Goederenrecht. Verjaring. Niet iedere verkrijger uit hoofde van art. 3:105 BW is aan te merken als pleger van een onrechtmatige daad.
Samenvatting
Aan gedaagden wordt in 1988 een perceel geleverd dat grenst aan gemeentegrond. De Gemeente constateert in 2013 dat gedaagden een deel van haar grond in gebruik hebben. De Gemeente vordert dat gedaagden wordt verboden deze grond te gebruiken. Voor het geval gedaagden door voltooide verjaring eigendom hebben verkregen, eist de Gemeente dat zij worden veroordeeld de grond bij wijze van schadevergoeding aan haar te leveren, om niet. De rechtbank stelt gedaagden in de gelegenheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.