Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.1:5.1 Inleiding
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931090:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het kader van dit hoofdstuk heb ik gesproken met Simon Boersen, Emil Verheul en Bart van der Wiel over hun ervaringen met hoofdelijkheid en procesrecht. Deze gesprekken hebben gediend ter inspiratie en vormen geen zelfstandige bron van onderzoek.
Zie art. 6:7 lid 1 BW en voorts par. 4.3.1.
Daarbij baseer ik mij op Asser Procesrecht/Giesen 1 2015/10. Uiteraard moet dit niet absoluut worden opgevat (denk bijvoorbeeld aan termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
206. Algemeen.1 De vrijheid van de schuldeiser van meerdere, hoofdelijk verbonden schuldenaren om ieder van hen aan te spreken voor het geheel,2 brengt uiteraard nog niet mee dat hij zijn vordering ook voldaan krijgt. Zo nodig zal hij zijn schuldenaren in rechte moeten aanspreken om de hoofdelijk verschuldigde prestatie aan hem te voldoen. In dit hoofdstuk buig ik mij over de vraag op welke wijze de procesrechtelijke regels de uitoefening faciliteren van de aan het materiële recht ontleende rechten van de (mogelijk) bij hoofdelijke aansprakelijkheid betrokken partijen. Aan dit hoofdstuk ligt de veronderstelling ten grondslag dat het procesrecht in samenhang met het materiële recht functioneert, en tot op zekere hoogte ‘dienend’ is aan het materiële recht.3
De eerste vraag die daarbij centraal staat, is hoe een schuldeiser zijn hoofdelijk schuldenaren tot nakoming kan dwingen (par. 5.2). De tweede vraag die ik in dit hoofdstuk behandel, is wat de procesrechtelijke positie is van een (mogelijk) hoofdelijk schuldenaar die in rechte wordt aangesproken, en die verhaalsrechten en eventuele informatierechten jegens zijn (mogelijk) medeschuldenaren wil veiligstellen (par. 5.3). Vervolgens analyseer ik of de beginselen die aan het materiële recht ten grondslag liggen, ook in het burgerlijk procesrecht tot uitdrukking komen (par. 5.4).