WR 2014/112
290-bedrijfsruimte – beëindiging huurovereenkomst – dringend eigen gebruik: feitelijke aanvulling van de in opzegging vermelde gronden moet voldoende verband hebben met de eerder genoemde feitelijke grondslag
Hof Amsterdam 10-12-2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4899, m.nt. mr. C.E. Schouten
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
10 december 2013
- Magistraten
Mrs. C.C. Meijer, F. van der Hoek, H.J.M. Boukema
- Zaaknummer
200.123.736-01
- Noot
mr. C.E. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS918845:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2013:4899, Uitspraak, Hof Amsterdam, 10‑12‑2013
- Wetingang
(art. 7:295 BW)
Essentie
290-bedrijfsruimte – beëindiging huurovereenkomst – dringend eigen gebruik: feitelijke aanvulling van de in opzegging vermelde gronden moet voldoende verband hebben met de eerder genoemde feitelijke grondslag
Samenvatting
Op de voet van art. 7:295 BW kan de verhuurder alleen een vordering tot beëindiging van de huur instellen op reeds in de opzegging vermelde gronden. Op basis van die gronden moet de huurder zich een oordeel kunnen vormen over zijn proceskansen. In dat verband mag de verhuurder wel zijn gronden in enige mate nader feitelijk aanvullen, bijvoorbeeld als gevolg van gewijzigde omstandigheden, maar zal die gewijzigde feitelijke grondslag ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.