RFR 2020/76
Internationale kinderontvoering. Kan een kinderbeschermingsmaatregel prevaleren boven de regels van internationale kinderontvoering?
Rb. Den Haag 30-01-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:781
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
30 januari 2020
- Magistraten
Mrs. I. Zetstra, H. Dragtsma, O.F. Bouwman
- Zaaknummer
C/09/582888 / FA RK 19-8103
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS200520:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2020:781, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 30‑01‑2020
- Wetingang
Art. 3 lid 1a Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980); art. 11 lid 1 Uitvoeringswet kinderontvoeringsverdragen; art. 20 Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 (Brussel II-bis); art. 1:255, 1:262, 1:263, 1:265 BW
Essentie
Internationale kinderontvoering. Kinderbescherming.
Kan een kinderbeschermingsmaatregel prevaleren boven de regels van internationale kinderontvoering?
Samenvatting
De kinderrechter heeft een minderjarig meisje, dat sinds 13 maart 2019 in Nederland verblijft, voorlopig onder toezicht gesteld en haar met een spoedmachtiging in een netwerkpleeggezin geplaatst. De vader en de stiefmoeder, die het gezamenlijk gezag over de minderjarige voeren, wonen in de VS en hebben daarvan beroep ingesteld. De rechter heeft een bijzondere curator benoemd om de belangen van de veertienjarige dochter van de (stief)ouders te behartigen. In onderhavige procedure hebben de ouders de onmiddellijke terugkeer van hun dochter naar hen in de VS ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.