Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.2.4.0
4.2.4.0 Inleiding
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS409025:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
De aanpassingen ten aanzien van onverplichte rechtshandelingen anders dan om niet zijn enkel redactioneel van aard en zullen hier niet besproken worden.
Zie over de nieuwe regeling uitgebreid N.E.D. Faber, 'Actio Pauliana en verrekening', in: J.A. van de Hel, M.C.A. van den Nieuwenhuijzen en J.H. Verdonschot (red.), Het Voorontwerp Insolventiewet nader beschouwd, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2008, p. 167-201. G. van Dijck, 'Wat te doen met de faillissementspauliana?', TvI 2008, 11 en L.J. van Eeghen, `De actio Pauliana in het voorontwerp voor een Insolventiewet', TvI 2008, 27. Zie vanuit een bancair perspectief R.H.W.A. Verhoeven, 'Verhaalsbenadeling in het voorontwerp Insolventiewet', Bb 2008, p. 261-266.
Het Voorontwerp voor een nieuwe insolventiewet voorziet in een uitbreiding van de mogelijkheden om verplichte1 rechtshandelingen te vernietigen.2 Het Voorontwerp bepaalt het volgende in artikel 3.2.5:
Artikel 3.2.5 Verplicht verrichte rechtshandelingen
De bewindvoerder kan een rechtshandeling die de schuldenaar binnen drie maanden voor het verzoek tot insolventverklaring verplicht heeft verricht, vernietigen, indien degene met of jegens wie de rechtshandeling werd verricht, wist of behoorde te weten dat de insolventverklaring van de schuldenaar niet te vermijden was en dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, tenzij er onder de gegeven omstandigheden voor het verrichten van de rechtshandeling een rechtvaardiging bestond.
Het voorgestelde artikel 3.2.5 stelt hiermee vijf vereisten. De eerste twee vereisten zijn objectief (§ 4.2.4.2). Vereist is i) dat het gaat om een verplichte rechtshandeling die de schuldenaar heeft verricht in de drie maanden voor de aanvraag en ii) dat benadeling van schuldeisers het gevolg is geweest. Het derde en vierde vereiste zijn subjectieve vereisten (zie § 4.2.4.3). Vereist is iii) dat de wederpartij wist of behoorde te weten dat de insolventverklaring onvermijdelijk was en iv) dat de wederpartij wist of behoorde te weten dat benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn. Ten slotte is er nog een vijfde, negatief vereiste, namelijk iv) dat geen rechtvaardiging bestond. Dit vijfde vereiste is niet eenvoudig als een objectief of een subjectief vereiste te kwalificeren.