V-N 2013/59.18
Nederland mag bedrijfspensioenen in aanmerking nemen bij vaststellen premie-inkomen voor AWBZ-premie
Hof 's-Hertogenbosch 12-07-2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3983, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
12 juli 2013
- Magistraten
Fortuin, Van Nispen tot Sevenaer, Pötgens
- Zaaknummer
12-00540
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS915611:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2013:3983, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 12‑07‑2013
- Wetingang
art. 13 lid 2 onderdeel f en art. 33 Verordening (EEG) nr. 1408/71; art. 11 lid 3 onderdeel e en art. 30 Verordening (EEG) nr. 883/2004
Essentie
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het EU-recht niet in de weg staat aan heffing van AWBZ-premie over de bedrijfspensioenen van X. Het hof overweegt hierbij dat de wetgeving van de woonstaat van toepassing is.
Samenvatting
X woont in Nederland. In 2010 ontvangt X, naast haar AOW-uitkering en een Duits wettelijk pensioen, een Nederlands en een Duits bedrijfspensioen. X is van mening dat de door haar ontvangen bedrijfspensioenen niet in aanmerking mogen worden genomen bij het vaststellen van het premie-inkomen voor de AWBZ-premie. Daarbij beroept X zich op het EU-recht.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de Nederlandse wetgeving inzake sociale ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.