Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.4.2
2.4.2 De consolidatiekring
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648976:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Er zijn twee uitzonderingen op deze verplichting: de vrijstelling voor kleine groepen (art. 2:407 lid 2 BW) en de vrijstelling voor tussenholdings (art. 2:408 BW). Echter, in geval van samenloop met de toepassing van de groepsvrijstelling geldt het volgende: verkiest een rechtspersoon ervoor om de consoliderende rechtspersoon te zijn zodat andere rechtspersonen binnen de groep gebruik kunnen maken van de 403-vrijstelling, dan geldt de vrijstelling wel voor de verplichting die voortvloeit uit artikel 2:406 BW maar niet voor de verplichting om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen zoals vereist op basis van artikel 2:403 BW.
De vraag is welke rechtspersonen in de consolidatie dienen te worden betrokken. Met andere woorden, welke rechtspersonen behoren tot de consolidatiekring? Artikel 2:405 lid 1 BW geeft een vrij ruime omschrijving voor de consolidatiekring. Artikel 2:406 BW geeft vervolgens nadere voorschriften voor wat betreft de afbakening van de consolidatiekring. Deze bepalingen zien op de consolidatiekring die geldt wanneer op basis van artikel 2:406 BW sprake is van de wettelijke verplichting om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen.1 Deze bepaling staat los van artikel 2:403 BW. Op basis van artikel 2:403 BW is slechts vereist dat de gegevens van de vrijgestelde rechtspersoon zijn meegenomen in een geconsolideerde jaarrekening van een tot dezelfde groep behorende andere rechtspersoon.
De consoliderende rechtspersoon dient tevens de rechtspersoon te zijn die de 403-verklaring deponeert. In paragraaf 3.3 wordt dieper ingegaan op de groepsrelatie die dient te bestaan tussen de consoliderende rechtspersoon en de vrij te stellen rechtspersoon. Daar zal worden toegelicht dat het bestaan van een zogenoemde ‘groepsband’ aan de hand van een aantal criteria worden vastgesteld.