NJB 2012/466
EHRM, 15-12-2011, nr. 26766/05, nr. 22228/06: Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk
EHRM 15-12-2011, 26766/05,22228/06 (Uitspraak) (Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
15 december 2011
- Magistraten
Grote Kamer: Bratza (President), Costa, Rozakis, Lorenzen, Fura, Gyulumyan, Jočienė, Popović, Ziemele, Villiger, Malinverni, Sajó, Lazarova Trajkovska, Karakaş, Vučinić, Pardalos
- Zaaknummer
26766/05
22228/06
- Roepnaam
Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 15‑12‑2011
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1 jo. lid 3 onderdeel d
Essentie
Art. 6 lid 1 jo. lid 3 onderdeel d EVRM. Gebruik verklaring van ter zitting afwezige getuige. Strafvervolging niet automatisch oneerlijk wanneer veroordeling uitsluitend of in overwegende mate is gebaseerd op dergelijke verklaring.
Partij(en)
Al-Khawaja en Tahery
tegen
Het Verenigd Koninkrijk
Uitspraak
A. Feiten
Deze uitspraak heeft betrekking op twee gevoegde, doch niet aan elkaar gerelateerde zaken. Al-Khawaja wordt vervolgd voor ontuchtige handelingen (indecent assault), tweemaal gepleegd, terwijl hij werkzaam was als arts. Beide personen die aangifte hebben gedaan zijn zijn vrouwelijke patiënten. Een van die aangevers, S.T., pleegt, nadat zij een verklaring heeft afgelegd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.