Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.4.1:2.4.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.4.1
2.4.1 Wet- en regelgeving, algemeen
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS465689:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén van de onderdelen van het Algemene Stelsel van 1806 was het onbeschreven middel successierecht,1 te vergelijken met onze huidige erfbelasting. De ordonnantie van 1805 betreffende het successierecht heeft in eerste instantie gegolden tot 1 januari 1812. Na inlijving bij Frankrijk werd namelijk de Franse successiewetgeving2 van kracht. Direct na het herstel van de onafhankelijkheid werd deze Franse successiewetgeving echter weer afgeschaft3 en werd het oude successierecht van de ordonnantie van 1805 opnieuw ingevoerd. Deze herleving van het oude successierecht van 1805 gold echter alleen voor de noordelijke provinciën en niet voor de zuidelijke; daar bleef de Franse successiewetgeving, de Frimairewet, van kracht. Op 1 januari 18184 kwam aan deze discrepantie een eind toen de verschillende regelingen met betrekking tot belasting op verervingen werden vervangen door een uniforme successiewetgeving. De wet van 1817 heeft, met enkele tussentijdse wijzigingen, gegolden tot 1 juli 1859.
Om de successiewet meer in lijn te brengen met de op 1 oktober 1838 ingevoerde Nederlandse burgerlijke wetgeving en om het aantal rechtszaken te verminderen, is besloten om de wet van 1817 te vervangen met ingang van 1 juli 1859.5 Deze nieuwe wet regelde het successierecht, het recht van overgang van onroerende zaken bij overlijden en het recht van overgang van effecten.