De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.1:5.1 Inleiding
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS380136:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
No content found
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk ga ik verder met het beantwoorden van de vraag of de Belastingdienst over unieke bevoegdheden beschikt voor het vergaren van toezichtgegevens. In hoofdstuk vier heb ik een beschrijving gegeven van de specifieke toezichtstaken en -bevoegdheden van andere toezichthouders. Dat hoofdstuk heb ik afgesloten met het positioneren van die toezichthouders ten opzichte van de Belastingdienst.
In dit hoofdstuk vergelijk ik de bevoegdheden van de Belastingdienst (de ‘inspecteur’) om toezichtgegevens te verkrijgen met die van de toezichthoudende instanties (de ‘toezichthouder’). Anders geformuleerd: ik vergelijk het verplichtingenstelsel (AWR) met het bevoegdhedenstelsel (Awb).
Beide stelsels functioneren volgens een samenstel van verplichtingen en bevoegdheden, maar de uitgangspunten verschillen. Zij omvatten beide naast een actieve medewerkingsverplichting om desgevraagd dan wel desgevorderd de benodigde informatie te verstrekken ook een passieve variant.1 De grondbeginselen voor beide stelsels en dientengevolge de balans tussen de actieve en passieve verplichtingen zijn bepalend voor de medewerking. In de volgende paragrafen analyseer ik de vijf afzonderlijke varianten van medewerking.
In het verkeer tussen bestuursorganen/Belastingdienst met burgers en bedrijven bestaat de mogelijkheid tot vertegenwoordiging. Omdat dit het eerste contact kan zijn met de inspecteur of een van de toezichthouders, behandel ik die als eerste (par.5.2). Daarna volgen de mogelijkheden voor het verkrijgen van inlichtingen (par. 5.3) en inzage (par. 5.4) door de inspecteur en toezichthouder bij respectievelijk de belastingplichtige en de onder toezichtgestelde. Bij het verkrijgen van inzage kan sprake zijn van een situatie waarbij (een deel van) de gegevens van de gecontroleerde of onder toezicht gestelde zich bij derden bevindt. Het benaderen van die personen vraagt om speciale bevoegdheden (par. 5.5). Het verkrijgen van toegang tot gebouwen en terreinen kan noodzakelijk zijn om toezicht uit te kunnen uitoefenen. Ook dat vraagt om specifieke bevoegdheden (par. 5.6). Als laatste bevoegdheid behandel ik de mogelijkheid tot het verkrijgen van gegevens bij derden (par. 5.7). In dit geval gaat het om derden die buiten de relatie van de inspecteur en toezichthouder met respectievelijk de belastingplichtige en onder toezicht gestelde.
Visueel zijn de gegevensstromen als volgt weer te geven:
Figuur 17: Onderscheiden gegevensstromen vanuit AWR en Awb
Het hoofdstuk sluit ik af met het beantwoorden van de vierde onderzoeksvraag: ‘Beschikt de Belastingdienst over unieke bevoegdheden voor het vergaren van toezichtgegevens?’ (par. 5.8).