Prg. 2023/224
Dat geïntimeerde pas na het verstrijken van de appeltermijn op de hoogte raakt van het hoger beroep, betekent op zich nog niet dat hij daardoor onredelijk in zijn belangen is geschaad.
HR 07-07-2023, ECLI:NL:HR:2023:1073
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 juli 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/02723
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1073, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑07‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:484, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑05‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Zijn appellanten niet-ontvankelijk, nu appeldagvaarding ruim twee weken na einde appeltermijn door geïntimeerden is ontvangen?
Nee, tenzij zij door gebrek onredelijk zijn benadeeld in belang dat door geschonden norm wordt beschermd.
Samenvatting
In een erfkwestie heeft de rechtbank eisers in cassatie hoofdelijk veroordeeld tot terugbetaling van € 45.461,43 aan de erven, omdat zij dit bedrag onrechtmatig aan een bankrekening van een overleden familielid hebben onttrokken. Eisers hebben appel ingesteld, maar het exploot van dagvaarding is door de advocaat van geïntimeerden, de erven, pas veertien dagen na de appeltermijn ontvangen. Het hof heeft het exploot van dagvaarding aldus nietig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.