NJ 1917, p. 449
Inbreuk op eigendomsrecht in verband met de bepalingen der Hinderwet.
HR 23-03-1917, ECLI:NL:HR:1917:82
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 maart 1917
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Raden: Mrs. B. C. J. Loder; J. A A. Bosch; C. O. Segers;H. Hesse.
- Zaaknummer
[23031917/NJ_1917,_p._449]
- Conclusie
Conclusie van den Advocaat-Generaal Mr. Besier.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1917:82, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑03‑1917
- Wetingang
(BW art. 625; Hw art. 1.)
Essentie
Inbreuk op eigendomsrecht in verband met de bepalingen der Hinderwet.
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring der vordering voorzoover deze steunt op strijd met de bepalingen der Hinderwet, nu de administratieve autoriteit beslist, dat de aanvrager (gedaagde) geen vergunning volgens de Hinderwet noodig had.
Verplichting van den rechter om met zulk een beslissing rekening te houden. „Beslissing" in den zin der Hinderwet.
Partij(en)
T. A. Deen, wonende te Rhenen, ten deze getreden in de rechten en rechtsvorderingen van wijlen J. Deen. eischer tot cassatie van een den 1 Mei 1916 tusschen den rechtsvoor-ganger van eischer en den verweerder gewezen arrest van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.