Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/6.2.3.3
6.2.3.3 Administrative convenience
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192652:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De tekst van §1122(b) BC luidt “A plan may designate a separate class of claims consisting only of every unsecured claim that is less than or reduced to an amount that the court approves as reasonable and necessary for administrative convenience.” In de praktijk wordt die goedkeuring regelmatig slechts (indirect) gegeven door homologatie van het akkoord: in die gevallen waarin er niemand bezwaar maakt tegen de hoogte van de ‘cap’: Erens & Hoffman 2013, p. 26.
De wetgever beoogde de praktijk onder de Bankruptcy Act te codificeren. Voor 1978 was het gebruikelijk om schuldeisers van vorderingen met een beperkte omvang volledig te betalen. Salerno, Hansen & Meyer 2019, §10.47.
Homer Drake & Strickland 2019, §12.31.
Erens & Hoffman 2013, p. 26.
Homer Drake & Strickland 2019, §12.31.
Vgl. In re Piece Goods Shops Co., Ltd. Partnership, 188 B.R. 778 (Bankr. M.D.N.C.1995), p. 788; Homer Drake & Strickland 2019, §12.31.
In de rechtspraak wordt het doel van de administrative convenience class op verschillende manieren omschreven. Volgens In re Washington Mut., Inc., 2011 WL 57111 (Bankr. D. Del. 2011) is het doel “to avoid the administrative burden of calculating and paying very small amounts to creditors”. Volgens In re Tucson Self-Storage, Inc. (9th Cir. BAP 1994) 166 B.R. 892, p. 898 is de rechtvaardiging gelegen in het feit dat “the claims are so small in amount and large in number as to make dealing with them burdensome”. Zie ook In re S&W Enterprise, 37 B.R. 153 (Bankr. N.D. Ill. 1984), p. 159, waarin de rechter het doel van §1122(b) BC samenvatte als een middel “to weed out numerous claims and thereby avoid administrative cost”.
In re S&W Enterprise, 37 B.R. 153 (Bankr. N.D. Ill. 1984), p. 162. Vgl. ook In re The Way Apartments 201. B.R. 444 (N.D.Tex. 1996), p. 452: “The creation of an administrative convenience class is not merely a matter of showing that there are a group of small claims that could be nicely segregated; rather, the debtor must show that it is reasonable and necessary to create a separate class and that it is about something more than just tending to ease the administrative burden.”
Vgl. In re The Way Apartments 201. B.R. 444 (N.D.Tex. 1996), p. 452: “In the present case, the evidence demonstrates that it is necessary to swiftly pay the small trade creditors (…). Unless the debtor pays a portion of their claims quickly, the small trade creditors likely will cease to provide services to the debtor that are necessary to maintain and run the Property, the primary asset of the debtor. This would place a burden on the debtor because it would be unable to obtain services of other trade creditors without paying higher prices for their services. (…) This increased burden would be detrimental to the debtor’s ability to make payments under the Plan and would harm all of the creditors (…).” In dezelfde zin In re Northwest Timberline Enterpices 348 B.R. 412 (Bankr. N.D. Tex. 2006), p. 439-440: “In other words, there is not only an administrative burden eased (e.g., such as eliminating hundreds or thousands of small claims from the ledger and avoiding the nuisance of having to pay those out over time), but unless the unsecured creditors are paid quickly, they will cease to provide services that are necessary to the debtor’s survival.”)
In re Piece Goods Shops Co., Ltd. Partnership, 188 B.R. 778 (Bankr. M.D.N.C.1995), p. 788-789.
Zie bijvoorbeeld In re Autterson 574 B.R. 372 (Bankr. N.D. Ohio 2010).
315. De wet noemt expliciet één mogelijkheid voor afwijkende behandeling: een aanbieder mag vanwege ‘administrative convenience’ een klasse van crediteuren samenstellen die een vordering tot een bepaald bedrag hebben. De rechter moet dit maximumbedrag goedkeuren.1 Aan deze klasse wordt een 100% contante uitkering gedaan op basis van het akkoord.2 Als gevolg daarvan is deze klasse unimpaired, en wordt zij dus geacht in te stemmen met het akkoord.3 De administrative convenience bestaat er dus in dat de stemmen van deze kleine schuldeisers niet hoeven te worden vergaard en dat niet met hen hoeft te worden onderhandeld.
Hoewel de wetgever mogelijk heeft gedacht aan een relatief laag maximumbedrag voor de individuele vorderingen,4 loopt dit bedrag in de praktijk regelmatig op tot wel $ 10.000,-.5 Crediteuren krijgen bovendien vaak de optie om hun vordering te verminderen tot dat bedrag, om vervolgens genoegen te nemen met 100% cash betaling.6 De wet verzet zich niet tegen het vormen van meerdere ‘administrative convenience’ klassen.7
Volgens §1122(b) BC moet het vormen van zo’n administrative convenience class “reasonable and necessary” zijn. De rechtvaardiging kan gelegen zijn in het besparen van de kosten en moeite die – na homologatie van het akkoord – gepaard gaan met het berekenen en uitbetalen van kleine bedragen aan een veelheid aan crediteuren.8
De vorming van de klasse kan op grond van diverse rechterlijke uitspraken alleen dan als “necessary” worden aangemerkt indien sprake is van “something more than just tending to ease the administrative burden”.9 De rechtvaardiging voor volledige (en snelle) betaling kan bijvoorbeeld worden gevonden in de vrees dat wederpartijen zullen stoppen met het verlenen van hun diensten, indien zij niet snel betaald worden.10 In de zaak Piece Goods Shops Co werd met het creëren van de (tweede) convenience class voorkomen dat het aantal crediteuren dat op grond van het akkoord aandelen ontving, onder de 500 zou blijven. Op die manier zouden er geen effectenrechtelijke verplichtingen in verband met de uitgifte ontstaan, waardoor omvangrijke kosten werden voorkomen. De rechter achtte deze rechtvaardiging toereikend.11
Voor de homologatie van een Chapter 11-plan is vereist dat ten minste één impaired klasse vóór het akkoord stemt.12 De aanbieder van het akkoord mag geen administrative convenience klasse vormen met de enkele reden zich daarmee te verzekeren van de instemming van ten minste één impaired klasse.13