Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.4.2.0:7.4.2.0 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.4.2.0
7.4.2.0 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630497:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
S.A. Stevens 2009-2, getallen x 1000.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De problematiek omtrent onrendabele investeringen is eerder geïllustreerd aan de hand van het volgende voorbeeld:
‘Stel op 31 december 2007 is een woning opgeleverd. De voortbrengingskosten zijn 1.000.000. De bedrijfswaarde is 700.000 zodat de onrendabele top 300.000 is. Per 1 januari 2008 wordt de openingsbalans gemaakt en moet de woning gewaardeerd worden op 700.000. De gehele onrendabele top van 300.000 komt ten laste van de onbelaste periode. Zou dezelfde investering in de belaste periode zijn gedaan (in het jaar 2008) dan drukt de onrendabele top geheel op de belaste periode. De last komt tot uitdrukking via de afschrijvingen (of waardering op lagere bedrijfswaarde) en uiterlijk bij vervreemding of buitengebruikstelling.’1
De woning wordt vervolgens in de belaste periode verkocht voor 800.000.
Bij waardering tegen waarde in het economische verkeer was de uitkomst dat de gehele onrendabele top (verlies ad € 300.000) wordt toegerekend aan de onbelaste periode en in de belaste periode € 100.000 (de waardemutatie in die periode) in de heffing wordt betrokken. Uit dit voorbeeld bleek dat de toerekening van de uitgaven wordt bepaald door de investeringsbeslissing en niet door de exploitatie van de woningen. Dit past niet binnen de geformuleerde kwaliteitseisen.