BNB 2025/53
Aanslag van vóór zuivere splitsing moet op naam van verdwenen BV worden gesteld. Bekendmaking aanslag
HR 07-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:358, m.nt. J.J. Vetter
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 maart 2025
- Magistraten
Mrs. Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
23/00908
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
J.J. Vetter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2786:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑03‑2025
ECLI:NL:HR:2025:358, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:296, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑03‑2024
- Wetingang
Art. 2:334a BW; art. 8 lid 1 Invorderingswet 1990
Essentie
Aanslag van vóór zuivere splitsing moet op naam van verdwenen BV worden gesteld. Bekendmaking aanslag
Samenvatting
Belanghebbende, X BV, is eind 2016 vanwege een zuivere splitsing in de zin van art. 2:334a BW opgehouden te bestaan. Haar vermogen is na deze ‘ruziesplitsing’ onder algemene titel overgegaan op twee andere BV’s, waarvan een BV is gevestigd op het oude adres van belanghebbende. Op 12 oktober 2017 wordt het aanslagbiljet met daarop vermeld de op naam van belanghebbende gestelde aanslag vennootschapsbelasting 2014 en de daarbij horende verliesvaststellingsbeschikking en boetebeschikking naar het oude adres van belanghebbende gezonden. De Inspecteur verklaart ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.