Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.2.2:12.2.2 Vorderingsrechten
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.2.2
12.2.2 Vorderingsrechten
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS299270:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 482. Zie over dergelijke objectieve novatie Viëtor & Visser 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
494. In de Nederlandse literatuur zijn eigenlijk geen vereisten ontwikkeld om te bepalen of een aanspraak onderdeel is van een vorderingsrecht of niet. Dat heeft er, zoals gezegd, mee te maken dat alle aanspraken waar twijfel over bestaat, onder de noemer ‘nevenrechten’ worden geschaard (zie meer uitgebreid paragraaf 16.1.4). Het behandelen van een aanspraak als een nevenrecht bij een vordering is echter iets anders dan het behandelen van een aanspraak als behorende tot de inhoud ervan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het afstand doen van een nevenrecht de inhoud van de vordering niet aantast, terwijl afstand doen van een aanspraak die onderdeel uitmaakt van de inhoud van een vordering in sommige gevallen een dusdanige wijziging van de vordering in kan houden dat er novatie optreedt (waardoor andere van de vordering afhankelijke rechten komen te vervallen).1 Het kan daarom nuttig zijn om toch te bedenken welke door partijen verschafte aanspraken onderdeel zijn van een vordering en welke daar op een andere manier aan moeten worden gekoppeld. Aansluiting daarbij kan worden gezocht bij de uitgangspunten die ik in paragraaf 6.2 schetste. Om onderdeel te zijn van een vordering moeten de aanspraak en de vordering dus een hoger gezamenlijk nut hebben dan apart en mag de aanspraak niet zien op een andere wederpartij (of rechtsobject).
495. Het hanteren van deze vereisten leidt er onder meer toe dat door partijen overeengekomen keuzerechten bij een alternatieve verbintenis, het recht om een vordering opeisbaar te maken, overeengekomen opeisingsgronden, bedingen inzake de bevoegde rechter, arbitrage, bindend advies en rechtskeuze, gemaakte bewijsafspraken en afspraken over de plaats van betaling, het recht op rente en het renteherzieningsrecht – die in de literatuur allemaal wel als nevenrecht worden gekwalificeerd (zie meer uitgebreid paragraaf 16.1.4) – tot de inhoud van het vorderingsrecht behoren.