V-N 2025/35.9
Inspecteur houdt terecht geen rekening met verbeurdverklaring vermogensbestanddelen
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1178, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Zaaknummer
23/03872
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD21474:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1178, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
- Wetingang
art. 5.2 Wet IB 2001
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur geen rekening hoeft te houden met de verbeurdverklaring van de bank- en effectenrekening en een onroerende zaak. Het vonnis van de strafkamer van de rechtbank was op de peildatum 1 januari 2016 namelijk nog niet onherroepelijk. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO)
Samenvatting
X ontvangt loon van zijn werkgever. Daarnaast beschikt X over spaarrekeningen, aandelen en onroerend goed. Omdat X niet tijdig zijn IB-aangifte 2016 indient, stelt de inspecteur deze ambtshalve vast. Daarbij wordt ook een boete opgelegd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.