NJB 2016/350
Procedurele voorvraag. Stelplicht. Peeters/Gatzenvordering. Het hof oordeelt dat de curator onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat zijn vordering als een Peeters/Gatzenvordering kan worden gekwalificeerd. HR: Door tot uitdrukking te brengen dat de curator onvoldoende heeft gesteld dat sprake is geweest van een onrechtmatige daad ‘jegens de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde’ met als gevolg dat die gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, heeft het hof niet de processuele context van de rechtsstrijd in hoger beroep miskend. De omstandigheid dat nog geen inhoudelijk debat tussen partijen had plaatsgevonden over de door de curator gestelde onrechtmatigheid van het handelen van de notarissen, brengt niet iets anders mee. Het hof heeft zijn beoordeling van de door rechtbank, hof en partijen geformuleerde voorvraag terecht erop toegespitst of de curator aan zijn stelplicht heeft voldaan
HR 05-02-2016, ECLI:NL:HR:2016:201
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 februari 2016
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak
- Zaaknummer
15/00279
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:201, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑02‑2016
ECLI:NL:PHR:2015:2232, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑11‑2015
- Wetingang
(Rv art. 149 lid 1; Fw art. 68 lid 1; BW art. 6:162, 6:163)
Essentie
Procedurele voorvraag. Stelplicht. Peeters/Gatzenvordering. Het hof oordeelt dat de curator onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat zijn vordering als een Peeters/Gatzenvordering kan worden gekwalificeerd. HR: Door tot uitdrukking te brengen dat de curator onvoldoende heeft gesteld dat sprake is geweest van een onrechtmatige daad ‘jegens de gezamenlijke schuldeisers van de gefailleerde’ met als gevolg dat die gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, heeft het hof niet de processuele context van de rechtsstrijd in hoger beroep miskend. De omstandigheid dat nog geen inhoudelijk debat tussen partijen had plaatsgevonden over de door de curator gestelde onrechtmatigheid van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.