NJ 2022/338
Onbegrijpelijk oordeel dat overschrijding beroepstermijn niet verontschuldigbaar is, nu verdachte Nederlands niet/onvoldoende beheerst en de mededeling uitspraak niet schriftelijk in een voor hem begrijpelijke taal is vertaald.
HR 11-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1325
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 oktober 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
20/04006
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS676397:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1325, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:773, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑08‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑08‑2021
- Wetingang
Art. 3 lid 1, 2 en 7 Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PbEU L 280); art. 366, 408 lid 2 Sv; art. 197 Sr
Essentie
Het oordeel dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar is, is niet zonder meer begrijpelijk, nu het hof heeft vastgesteld dat verdachte niet/onvoldoende Nederlands beheerst en dat de mededeling uitspraak niet schriftelijk in de Turkse of een andere voor verdachte begrijpelijke taal is vertaald.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt overwegingen uit NJ 2020/328, NJ 2004/462 en NJ 2020/326 met betrekking tot art. 366 Sv over het verstrekken van een schriftelijke vertaling van de mededeling van het vonnis in een voor de verdachte, die de Nederlandse taal ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.