Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.4.3.3
5.4.3.3 Uitleg
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS493008:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser-Perrick 6, nr. 130.
Een voorbeeld daarvan is Rb. 's-Gravenhage 5 april 1982, NI 1983, 174 waar een instelling was bevoordeeld die op moment van openvallen nalatenschap was ontbonden en de activa en passiva waren overgedragen aan een andere instelling. Deze andere instelling werd op grond van aanvulling van de bevoordeling gerechtigd tot de bevoordeling aangezien aangenomen werd dat als erflater hiervan op de hoogte was geweest de bevoordeling aan de andere instelling was toegewezen.
Artikel 4:46 lid 1 BW.
M.J.A. van Mourik, 'Uitleg van uiterste wilsbeschikkingen', WPNR 2007-6709, p. 411.
En ook bij statutenwijziging.
Als is vastgesteld dat aan de bestaanseis van de rechtspersoon na rechtsvormwijziging is voldaan, wordt aan de hand van uitleg vastgesteld of de making in stand blijft dan wel als vervallen beschouwd moet worden.1
Uitleg van de uiterste wil wordt onderscheiden van aanvulling2 van de uiterste wil. Uitlegging hecht betekenis aan bepaalde in de uiterste wil gebruikte woorden of zinswendingen. Een aanvulling brengt iets, dat de erflater niet met zijn in de uiterste wil gebruikte woorden bedoelde kenbaar te maken.3 Als het gaat om rechtsvormwijziging, is uitleg van belang aangezien het gaat om de uitleg van bewoordingen in de making, namelijk de vraag of de making ten behoeve van de rechtspersoon in stand blijft nu rechtsvormwijziging van de rechtspersoon heeft plaatsgevonden tussen het moment van het opmaken van het testament en het openvallen van de nalatenschap.
Indien aan de bestaanseis voldaan wordt, blijft de making in stand tenzij de testateur een andere bedoeling had die aan de hand van uitleg4 vastgesteld wordt. Indien niet aan de bestaanseis voldaan wordt, vervalt de making tenzij de testateur een andere bedoeling had welke bedoeling aan de hand van uitleg of aanvulling5 vastgesteld wordt.6
Als het gaat om uitleg formuleert de wet7 dit als volgt:
`Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.'
Bij de uitleg van uiterste-wilbeschikkingen is de Haviltex-norm, zoals hiervoor omschreven, derhalve niet van (overeenkomstige) toepassing. Essentieel is dat het bij wederkerige overeenkomsten bij uitleg aankomt op de wil van beide partijen bij de overeenkomst terwijl het bij uitleg van een uiterste wil aankomt op de wil van één partij, te weten de erflater. De wil van één partij zal in principe eenvoudiger vast te stellen zijn dan de wil van twee partijen. Hoewel, de wil van twee partijen bij een overeenkomst kan alsnog gevraagd worden terwijl de wil van erflater na diens overlijden niet meer verzocht kan worden. Daarnaast kan geen aanvulling, zoals bij een gewone overeenkomst, plaatsvinden vanwege het vormvoorschrift, te weten een notariële akte, van een testament.
Bij de uitleg van een testament moet gekeken worden naar de wil van de erflater op het moment van testeren.8 De tekst van de uiterste wil is bepalend. Aan uitleg wordt pas toegekomen als de bewoordingen niet duidelijk zijn. Bij uitleg dient rekening gehouden te worden met de verhoudingen die de wil wenst te regelen. Dat kan door verklaringen en gedragingen bewezen worden. Verhoudingen en omstandigheden zijn ook relevant indien op het eerste gezicht de bewoordingen van de uiterste wilsbeschikking duidelijk lijken te zijn. Alleen rekening mag worden gehouden met omstandigheden die beoogd zijn door de erflater op het moment van opmaken van de uiterste wilsbeschikking.
Het doel van de making door de testateur wordt vastgesteld. Het doel van een making aan een rechtspersoon zal gelegen zijn in het doel van de rechtspersoon zoals dat luidde ten tijde van het opstellen van de making. De aard van de making brengt mee dat continuïteit in het doel van de rechtspersoon essentieel is.
In algemene zin betekent dit dat de volgende uitgangspunten gehanteerd kunnen worden bij rechtsvormwijziging9 van een rechtspersoon. De volgende wijzigingen zijn aspecten van discontinuïteit die niet het vervallen van een making tot gevolg hebben:
naamswijziging;
toevoegen of vervallen van toezichthoudend orgaan;
wijziging liquidatiebepaling;
wijziging besluitvormingseisen.
Door de aard van de making kan discontinuïteit door wijziging van het doel van de rechtspersoon leiden tot verval van de making. Wijziging van de doelstelling kan zich op drie manieren voordoen.
1. Doelstelling wordt verengd
Indien de doelstelling van de rechtspersoon beperkt wordt, zal de making niet vervallen. De nieuwe doelstelling maakte al onderdeel uit van het doel dat de testateur voor ogen had. De doelstelling kan fundamenteel wijzigen door het vervallen van de hoofddoelstelling dan wel minimaal wijzigen door het laten vervallen van een ondergeschikt onderdeel van de doelstelling (en alle vormen die daar tussen). Aangezien in beide gevallen sprake is van (een deel van) de oorspronkelijke doelstelling, zal de making in stand blijven. Niet kan gezegd worden dat er sprake is van een andere besteding.
2. Doelstelling wordt geheel of fundamenteel gewijzigd
Indien de doelstelling een volledige wijziging ondergaat, zal de making vervallen. De testateur had een bepaald doel voor ogen. Nu de rechtspersoon een totaal ander doel nastreeft, zal het niet de bedoeling van de testateur zijn de making ten gunste van dit doel te doen.
3. Doelstelling wordt verruimd
Deze categorie is het lastigst en het moeilijkst af te bakenen van de tweede categorie. Uitleg in deze categorie leidt tot het niet vervallen van de making (categorie 1) dan wel het wél vervallen van de making (categorie 2).
In deze categorie blijft de oorspronkelijke doelstelling gehandhaafd maar vervult deze een andere rol in het gehele doel van de rechtspersoon. Indien een katholieke stichting van rechtsvorm wordt gewijzigd in een christelijke vereniging, ligt het doel meer in het verlengde van het oorspronkelijke doel dan wanneer de signatuur van de stichting door rechtsvormwijziging wordt gewijzigd in een godsdienstige vereniging. Het zal van de waardering van alle omstandigheden afhangen of de making in stand zal blijven of niet.