Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.3.2.1:7.3.2.1 Bestaande overeenkomst en overdracht
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.3.2.1
7.3.2.1 Bestaande overeenkomst en overdracht
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591875:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 933.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 933.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 933.
Art. 3:88 lid 1 BW biedt alleen geen bescherming als de onbevoegdheid van de oude schuldeiser als koper (en daarmee de ongeldigheid van de overdracht aan de nieuwe schuldeiser) voortvloeit uit de onbevoegdheid van de verkoper ('de toenmalige vervreemder').
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
417. Is de oude schuldeiser een koopovereenkomst aangegaan, dan kan hij daarbij zijn opgetreden als koper of als verkoper.
Is de oude schuldeiser als koper een koopovereenkomst aangegaan met betrekking tot de vordering, dan kunnen bij een opeenvolgende overgang van de vordering de rechten en verplichtingen uit hoofde van die overeenkomst op de (tweede) nieuwe schuldeiser overgaan, als voldaan is aan de vereisten van art. 6:251 BW.1 Op grond van art. 6:251 lid 1 BW kan de vordering jegens de verkoper tot correcte nakoming (vgl. art. 7:20 en 7:21 BW) op de nieuwe schuldeiser overgaan, als de oude schuldeiser (de koper) daarbij geen belang meer heeft. Hij heeft hierbij geen belang, als hij in zijn verhouding met de nieuwe schuldeiser niet hoeft te vrezen voor een vordering uit hoofde van wanprestatie, bijvoorbeeld omdat hij jegens de nieuwe schuldeiser zijn aansprakelijkheid daarvoor heeft uitgesloten.2 De nieuwe schuldeiser kan in plaats van de oude schuldeiser rechtstreeks van de verkoper vorderen dat bijvoorbeeld een bij de vordering behorend vuistpand wordt afgegeven of dat een op de vordering rustend derdenbeslag wordt opgeheven. De oude rechthebbende heeft blijkens de parlementaire geschiedenis uit de aard der zaak steeds een eigen belang bij een schadevergoedingsvordering.3 De nieuwe schuldeiser zal derhalve een eventueel uit de koop voortvloeiende schadevergoedingsvordering jegens de verkoper niet verkrijgen.
Het voorgaande geldt ook voor schenking: was de vordering aan de oude schuldeiser geschonken, dan gaan op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden eventuele rechten uit de schenkingsovereenkomst als kwalitatieve rechten op de nieuwe schuldeiser over.
De nieuwe schuldeiser wordt ook binnen bepaalde grenzen beschermd tegen eventuele goederenrechtelijke mankementen in de verhouding tussen de verkoper en de oude schuldeiser. Blijkt de overdracht tussen de verkoper en de oude schuldeiser niet rechtsgeldig wegens de vernietiging van de aan de overeenkomst ten grondslag liggende overeenkomst, bijvoorbeeld door vernietiging op grond van dwaling (art. 6:228 BW), of doordat de akte van cessie niet rechtsgeldig is opgemaakt, waardoor de oude schuldeiser (als koper), al dan niet met terugwerkende kracht (art. 3:53 BW), beschikkingsonbevoegd is, dan is de daaropvolgende overdracht aan de nieuwe schuldeiser desondanks geldig als de nieuwe schuldeiser te goeder trouw is op het moment van overdracht (art. 3:88 lid 1 BW).4
418. Heeft de oude schuldeiser als verkoper de vordering niet alleen aan de nieuwe schuldeiser verkocht, maar ook aan een ander, dus twee keer verkocht, dan conflicteren de twee verkopen met elkaar. De koper aan wie de vordering als eerste is overgedragen, wordt daarvan de rechthebbende. De rechten en verplichtingen uit hoofde van de andere koop gaan op hem niet over. Is de vordering eenmaal overgaan op een koper, dan kan de verkoper niet meer de overdracht van de vordering aan de andere koper bewerkstelligen, omdat de vordering zich niet meer in zijn vermogen bevindt. Dat geldt in beginsel ook als de andere koper te goede trouw is en de cessie anders dan om niet plaatsvindt. De oude schuldeiser schiet jegens hem tekort in zijn verbintenis tot overdracht van de vordering (art. 6:74 jo 7:9 lid 1 jo 7:47 BW). Art. 3:86 lid 1 BW biedt geen bescherming tegen een cessie door een beschikkingsonbevoegde vervreemder. De derdenbeschermingsbepaling van art. 3:88 lid 1 BW heeft wel betrekking op een cessie, maar is op dit soort gevallen niet van toepassing. Alleen als de oude schuldeiser (de verkoper) en de nieuwe schuldeiser (de eerste koper) tegenover de tweede koper de indruk hebben gewerkt dat de overdracht niet heeft plaatsgevonden en de tweede koper hier te goeder trouw op is afgegaan, kunnen de oude schuldeiser en de nieuwe schuldeiser de eerste overdracht niet aan de tweede koper tegenwerpen, waardoor de tweede koper de nieuwe schuldeiser wordt (art. 3:36 BW).
419. Is de stille cedent als koper een koopovereenkomst aangegaan met betrekking tot de vordering, dan kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van die koop op de stille cessionaris overgaan, mits voldaan is aan de vereisten van art. 6:251 BW. Een vordering tot nakoming jegens de verkoper kan op de stille cessionaris overgaan, als de stille cedent (als koper) daarbij geen belang meer heeft, bijvoorbeeld als hij in zijn verhouding met de stille cessionaris niet hoeft te vrezen voor een vordering uit hoofde van wanprestatie door uitsluiting van zijn aansprakelijkheid daarvoor. De tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW is niet van toepassing, omdat deze kwestie de schuldenaar niet aangaat.
Wordt de overdracht tussen de verkoper en de stille cedent (als koper) vernietigd wegens een wilsgebrek zoals dwaling (art. 6:228 BW), of blijkt de akte van cessie niet rechtsgeldig te zijn opgemaakt, waardoor de stille cedent, al dan niet met terugwerkende kracht (art. 3:53 BW), beschikkingsonbevoegd is, dan is de overdracht aan de stille cessionaris desondanks geldig als de stille cessionaris te goeder trouw is op het moment van mededeling aan de schuldenaar (art. 3:88 lid 1 jo 3:94 lid 3 derde zin BW).
420. Heeft de stille cedent als verkoper de vordering twee keer verkocht, dan geldt hetzelfde als bij een openbare overdracht van de vordering. De koper aan wie de vordering als eerste is overgedragen, wordt daarvan de rechthebbende, en de verkoper (de stille cedent) kan de overdracht aan de andere koper niet meer bewerkstelligen, omdat de vordering zich niet meer in zijn vermogen bevindt. Art. 3:86 BW en art. 3:88 BW zijn niet van toepassing. Het is naar mijn mening goed verdedigbaar dat als de eerste levering door stille cessie heeft plaatsgevonden, deze cessie op grond van art. 3:36 BW niet door de stille cessionaris aan de andere koper, aan wie de vordering door de (inmiddels) beschikkingsonbevoegde cedent wordt geleverd, kan worden tegengeworpen.