Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.8.4:11.8.4 Verhouding tot bestuurdersaansprakelijkheid ex § 43 lid 3 GmbHG
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.8.4
11.8.4 Verhouding tot bestuurdersaansprakelijkheid ex § 43 lid 3 GmbHG
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403526:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§ 31 lid 6 bepaalt: “Für die in den Fällen des Absatzes 3 geleistete Erstattung einer Zahlung sind den Gesellschaftern die Geschäftsführer, welchen in betreff der geleisteten Zahlung ein Verschulden zur Last fällt, solidarisch zum Ersatz verpflichtet. Die Bestimmungen in § 43 Abs. 1 und 4 finden entsprechende Anwendung.”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitkeringen in strijd met § 30 GmbHG leiden niet alleen tot een restitutieverplichting voor aandeelhouders op grond van § 31 GmbHG, maar tevens tot de eerder besproken aansprakelijkheid van bestuurders ex § 43 lid 3 GmbHG. Bestuurders die op grond van laatstgenoemde bepaling door de vennootschap zijn aangesproken, kunnen regres nemen op de ontvanger van de uitkering. Biedt de ontvanger geen verhaal, dan komt de rekening voor de uitkering linksom of rechtsom alsnog bij de bestuurder terecht. Zijn de medeaandeelhouders aangesproken op grond van het derde lid van § 31 GmbHG, dan dienen bestuurders de door de medeaandeelhouders geleden schade te vergoeden, in het geval zij hun zorgplicht uit § 43 lid 1 GmbHG hebben geschonden.1