Rb. Rotterdam, 21-11-2022, nr. ROT 21/6119 en ROT 21/6120
ECLI:NL:RBROT:2022:10011
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
21-11-2022
- Zaaknummer
ROT 21/6119 en ROT 21/6120
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2022:10011, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 21‑11‑2022; (Verzet)
ECLI:NL:RBROT:2022:1865, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 16‑03‑2022; (Vereenvoudigde behandeling)
Uitspraak 21‑11‑2022
Inhoudsindicatie
Veelprocedeerder. Verzet zonder zitting. In verzet heeft opposant aangevoerd dat de uitspraak 16 maart 2022 misbruik van recht vormt en dat de rechter in kwestie niet gekwalificeerd is. Volgens opposant had de rechter hem moeten horen. Opposant wijst er verder op dat het college hem nog wel telefonisch heeft gehoord in een van de openbaarmakingszaken. De verzetrechter ziet aanleiding het verzet niet-ontvankelijk te verklaren omdat opposant zich niet alleen bij het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen, maar zich ook met het doen van verzet schuldig maakt aan misbruik van recht (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821). De verzetrechter volstaat met een verwijzing naar eerdere rechtspraak tussen partijen waarin eerder is geoordeeld dat opposant zich schuldig maakt aan misbruik van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993 en ECLI:NL:RBROT:2021:9079).
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2022 als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzet van
[Naam], te [Plaats], opposant,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 maart 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:1865) in het geding tussen opposant en het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel over beroepen wegens niet tijdig beslissen op openbaarmakingsverzoeken.
Inleiding
1. Opposant heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën..
2. De rechtbank heeft op 16 maart 2022 bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
3. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Beoordeling
4. De verzetrechter doet uitspraak zonder zitting. Voor de motivering wijst de verzetrechter op eerdere rechtspraak waarbij opposant partij was (ECLI:NL:CRVB:2022:105 en ECLI:NL:RBROT:2020:9821). Voorts merkt de verzetrechter op dat hij ambtshalve bekend is met de schorsing van het onderzoek ter zitting op 14 oktober 2022 in een andere zaak van opposant, omdat opposant zonder toestemming geluidsopnamen maakte tijdens de zitting.
5. In de uitspraak waartegen verzet is gedaan heeft de rechtbank de beroepen wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 zijn ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat opposant handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat opposant misbruik maakt van recht.
6. In verzet heeft opposant aangevoerd dat de uitspraak 16 maart 2022 misbruik van recht vormt en dat de rechter in kwestie niet gekwalificeerd is. Volgens opposant had de rechter hem moeten horen. Opposant wijst er verder op dat het college hem nog wel telefonisch heeft gehoord in een van de openbaarmakingszaken.
7. De verzetrechter ziet aanleiding het verzet niet-ontvankelijk te verklaren omdat opposant zich niet alleen bij het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen, maar zich ook met het doen van verzet schuldig maakt aan misbruik van recht (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821). De verzetrechter volstaat met een verwijzing naar eerdere rechtspraak tussen partijen waarin eerder is geoordeeld dat opposant zich schuldig maakt aan misbruik van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993 en ECLI:NL:RBROT:2021:9079).
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 november 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitspraak 16‑03‑2022
Inhoudsindicatie
Veelprocedeerder. Vereenvoudigde afdoening. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
Partij(en)
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën.
Bij brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 heeft verweerder eiser onder verwijzing naar een onderlinge vaststellingsovereenkomst bericht dat niet inhoudelijk wordt ingaan op de aanvragen.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. De griffier heeft vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht.
Overwegingen
1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.