NJB 2013/1793:Diensweigering in Nederlands-Indië. Strafuitsluitingsgrond: geen plaats voor toepassing van andere of later erkende gewetensbezwaren als strafuitsluitingsgrond dan die zijn erkend in de ten tijde van de berechting van de aanvrager van kracht zijnde Wet van 23 juli 1923, Stb. 357 betreffende dienstweigering, die een uitputtende regeling geeft voor de erkenning van gewetensbezwaren. Novumgrond: dat de maatschappelijke opvattingen omtrent de strafwaardigheid van een bewezenverklaarde gedraging na het onherroepelijk worden van de veroordeling zijn gewijzigd, geldt niet als een (nieuw) ‘gegeven’ in de zin van art. 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv.