NJB 2018/2167:Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten door als passagier mee te rijden in de auto waarin de hennep in de kofferbak aanwezig was: dat de verdachte het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten heeft medegepleegd kan niet worden aangenomen op grond van ’s hofs overwegingen dat ‘het niet anders kan zijn dat ook de verdachte in de auto (…) de doordringende hennepgeur moet hebben geroken’, dat daarom ‘sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid en daarmee wetenschap bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van de aangetroffen hoeveelheid hennep’, dat de verdachte geen navraag heeft gedaan naar de herkomst van deze geur, maar is ingestapt en met de medeverdachte meegereden en dat de verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de aanwezigheid van hennep