NJ 2026/30
Overheidsprivaatrecht. Uitlevering. Cassatieprocesrecht. Feitelijke grondslag in cassatie (art. 419 lid 2 Rv); verklaring over detentieomstandigheden uitgeleverde na bestreden uitspraak.
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1950
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/03194
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD43591:1
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1950, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:802, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Overheidsprivaatrecht. Uitlevering. Cassatieprocesrecht. Feitelijke grondslag in cassatie (art. 419 lid 2 Rv); verklaring over detentieomstandigheden uitgeleverde na bestreden uitspraak.
Samenvatting
Aan het cassatiestelsel is eigen dat voorwerp van onderzoek niet is de vordering van de oorspronkelijke eiser noch het verweer van de oorspronkelijke gedaagde, maar de bestreden uitspraak voor zover deze in cassatie wordt bestreden. Ingevolge art. 419 lid 2 Rv kan de feitelijke grondslag van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt alleen worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding. Daaruit volgt dat met feiten die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.