Inhoudsopgave
WFR 2025/105:Een belastingstelsel met draagvlak vraagt om dialoog met de samenleving
WFR 2025/105
Een belastingstelsel met draagvlak vraagt om dialoog met de samenleving
Documentgegevens:
Prof. dr. K. Putters, datum 07-04-2025
- Datum
07-04-2025
- Auteur
Prof. dr. K. Putters1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2820:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Prof. dr. K. (Kim) Putters is voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en universiteitshoogleraar ‘Brede Welvaart’ Tilburg University.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
SER-voorzitter Kim Putters pleit in zijn afscheidsrede voor Leo Stevens voor een belastingstelsel dat rechtvaardiger, begrijpelijker en toegankelijker is, waarbij de nadruk ligt op maatschappelijke verantwoordelijkheid en draagvlak. Fiscalisten spelen een cruciale rol in het bevorderen van een eerlijke, transparante en effectieve belastingstructuur en daarmee voor een rechtvaardige samenleving en economie.
Voor het WFR Fiscaal Café heeft Leo Stevens weer een prikkelend thema gekozen met de vraag: Nemen fiscalisten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voldoende serieus? Een terechte vraag, want beleid moet aansluiten bij de leefwereld en het perspectief van burgers. In deze tijd van fundamentele transities in onze economie en samenleving waardoor de legitimiteit en effectiviteit van bestaande collectieve afspraken snel onder druk kan komen te staan, is het cruciaal de maatschappelijke dynamiek goed te doorgronden.
Graag wil ik het daarom eerst hebben over het maatschappelijk belang van belastingen. Belastingen worden als regel vaak ervaren als een last. Maar belasting betalen kan ook worden gezien als een teken van beschaving. Belastingen vormen, als het goed is, een afspiegeling van onze collectieve verantwoordelijkheden. In ontwikkelde landen wordt in het algemeen meer belasting geheven dan in landen waar grote armoede heerst en waar essentiële voorzieningen ontbreken. Door belastingen kunnen we samen zaken mogelijk maken die individuen zelf niet kunnen realiseren, of het nu gaat om goed onderwijs, infrastructuur of veiligheid. Het gaat er dus niet om zoveel mogelijk of zo weinig mogelijk belasting te heffen, maar om zoveel belasting te heffen als wij samen nodig vinden om onze maatschappelijke doelen te realiseren en dit vervolgens doelmatig uit te geven. Het gaat daarbij om rechtvaardigheid, zodat mensen en bedrijven een fair share bijdragen en ook krijgen waar ze recht op hebben.
Misschien moet het woord ‘belasting’ ook worden gewijzigd in ‘maatschappelijke bijdrage’, want dat is het. In een rechtvaardig belastingstelsel past geen belastingontduiking en staan vormen van belastingontwijking hiermee op gespannen voet. Het stelsel vraagt om een brede belastingbasis waarin het draagkrachtbeginsel leidend is en sommigen niet de dans ontspringen ten koste van vele anderen. Maar als de sterkste schouders niet langer de zwaarste lasten dragen, wordt het vertrouwen in het stelsel ondergraven. Belastingbeleid staat daarbij niet op zichzelf, maar dringt door tot in de haarvaten van de samenleving op het terrein van sociale zekerheid, economie en duurzaamheid.
De belastingwetgeving dient de spiegel van de samenleving te zijn. Dit vraagt om bij de samenleving passende, sterk vereenvoudigde, ethisch uitlegbare en uitvoerbare fiscale wet- en regelgeving, waarbij de menselijke maat centraal staat. Dit kan het vertrouwen in de belastingwetgeving en Belastingdienst herstellen. Er rust dan ook een zware maatschappelijke verantwoordelijkheid voor fiscalisten in het bijdragen aan een deugdelijk, uitlegbaar en rechtvaardig belastingstelsel, in verbinding met de samenleving.
In de SER bouwen we aan Brede Welvaart. De doelstelling van de SER is: het bevorderen van brede welvaart waar samenleving, economie en milieu in balans zijn, hier en nu, later en elders. Belastingen hebben hierop grote invloed. Want het streven naar brede welvaart met een rechtvaardige verdeling vraagt om ‘just transition’, om rechtvaardige omgang met grote veranderingen in de samenleving zoals rond digitalisering, vergrijzing en klimaatverandering. Op welke wijze kunnen fiscalisten in de komende jaren bijdragen aan die rechtvaardige transitie? Daar gaan veel verschillende vragen achter schuil, zoals:
Wat kunnen we doen om bestaanszekerheid ook echt te garanderen? Is er voldoende aandacht voor toeslagen en uitkeringen en de samenhang met het bredere inkomensbeleid op de fiscale opleidingen? Hoe voorkomen we dat mensen verdwalen in het huidige regeldoolhof? Is er voldoende fiscale hulp beschikbaar voor mensen met een kleine portemonnee en voor (vooral kleine) ondernemers en kunnen mensen die hulp makkelijk vinden? Hoe kan de menselijke maat een grotere rol spelen in de wetsuitvoering met voldoende beslisruimte voor de professional? Zijn de Belastingdienst en Dienst Toeslagen voldoende toegankelijk voor mensen met minder basisvaardigheden, waaronder digitale vaardigheden? Is er voldoende transparantie in de toepassing van algoritmen? Doen we genoeg om ervoor te zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben?
Veel mensen hebben geen idee wat ze overhouden van een extra euro werken en zijn bang om heffingskortingen en toeslagen te verliezen. Na alle aanpassingen sinds de laatste grote belastingherziening is de complexiteit door het aantal instrumenten toegenomen en zijn de lasten op arbeid gestegen. Complexe wetten maken mensen klein. Ook kleine ondernemers zien soms door de bomen het bos niet meer. Innovatie loont niet vanuit een kortetermijnperspectief; daar is een lange adem voor nodig, maar daar zijn de systemen niet voldoende op ingericht. We zullen voor oplossingen de technisch-instrumentele kennis moeten samenbrengen met sociologische en bestuurskundige kennis en ook veel ervaringskennis. Want belastingen raken ons allemaal en vraagt bij uitstek om een maatschappelijke dialoog.
Niet overal is bekend dat het SER-advies ‘Naar een robuust belastingstelsel’ uit 1998 aan de basis stond van de laatste grote belastingherziening in 2001. Sindsdien is er eigenlijk geen grote belastingherziening meer geweest. En is er ook geen advies aan de SER gevraagd. Maar voor belangrijke sociaaleconomische beslissingen in een land zijn meestal wel coalities nodig met maatschappelijke organisaties. De politiek is versnipperd en kan het niet alleen. Het gaat om het meenemen van de samenleving, zoals werknemers, werkgevers, zzp’ers en in het algemeen belastingbetalers en toeslaggerechtigden.
We willen als SER dit jaar de uitdaging aangaan om eraan bij te dragen de belastingen en toeslagen te herzien door deze te vereenvoudigen en werk meer lonend te laten zijn. Dat zou miljoenen mensen en de samenleving vooruit helpen. Daarom hebben we een adviescommissie ingesteld onder leiding van Steven van Eijck. We zijn als SER sterk in het organiseren van draagvlak door maatschappelijke dialoog.
Maar dat vergt veel van iedereen; het is geven en nemen, elkaar vertrouwen, commitment. Je moet erop kunnen vertrouwen samen op te lopen, zeker in tijden van transitie. In deze tijd is het niet eenvoudig om draagvlak voor de collectieve systemen te behouden die eronder liggen. De samenleving is sterk geïndividualiseerd en jaren van neoliberaal beleid met focus op de burger als klant, een efficiënte organisatie en transparantie over ieders eigen verantwoordelijkheid en bijdrage heeft het collectieve, dat wat we samen delen, soms naar de achtergrond gedrukt. De allocatiemechanismen om tot rechtvaardige verdeling te komen zoals tussen jong en oud, ziek en gezond, of tussen regio’s zit niet meer vanzelfsprekend in het denkpatroon. Dat maakt de maatschappelijke dialoog, het werken aan draagvlak, nog crucialer voor de rechtvaardige bredewelvaartsamenleving en -economie van de toekomst. Laten we de krachten bundelen; er staat veel op het spel. Belastingen zorgen ervoor dat we een toekomst delen.