Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/10.3
10.3 Waarom eenvormige publicatieverplichtingen bijdragen aan de ontwikkeling van effectenmarkten
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574355:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil zeggen, van de voorschriften die bepalen welke informatie dient te worden gepubliceerd, welke inrichtingsvoorschriften daarvoor gelden en op welke moment dit dient te gebeuren. Coffee (2002c), p. 1732, spreekt in dit verband over een positief extern (netwerk)effect. Zie ook Coffee (1999), p. 703-704 en Coffee (2002b), p. 83.
In deze zin Coffee (2002c), p. 1732. Zie in het algemeen over de faciliterende rol die uniformering van de parameters heeft bij het vergroten van de mogelijkheden tot vergelijking, Grundmann (2004), p. 622-623. Hierover ook Schfin (2006), p. 26, toegepast op convergentie van de IFRS met US GAAP. Over de mogelijke voordelen van harmonisering van de in het prospectus op te nemen informatie: Ferran (2004a), p. 143.
Zie, o.m. Easterbroolc/Fischel (1984), p. 686-687, Cox (1999), p. 1211 e.v. Hertig/Kraakman/ Rock (2004), p. 206 en Schfin (2006), p. 26.
Vgl. Easterbrook/Fischel (1984), p. 686-687. Zij zijn voorshands niet overtuigd dat overheidsingrijpen daarvoor noodzakelijk is. Hertig/Kraakman/Rock (2004), p. 206, menen daarentegen dat overheidsingrijpen de voorkeur kan verdienen in plaats van af te wachten of standaardisatie tot stand komt door marktprocessen.
Easterbrook/Fischel (1984), p. 687.
In deze zin ook: Van Hulle (2006), p. 238-241. Opgemerkt wordt dat hiermee niet noodzakelijkerwijs vaststaat dat de op grond van de IAS-verordening goedkeurde verslaggingsvoorschriften superieur (zouden) zijn ten opzichte van de, minder geharmoniseerde, verslaggevingvoorschriften die op de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht zijn gegrond. Het voordeel van gestandaardiseerde — of eenvormige — voorschriften is echter, zoals ook Coffee (2002c), p. 1732, opmerkt, dat één en dezelfde 'taal' wordt gebruikt. Dit behoeft niet per definitie de 'beste' taal te zijn.
Verdedigd zou overigens ook kunnen worden dat de enkele omstandigheid dat de publicatieverplichtingen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van effectenmarkten — en daardoor (reeds) een lidstaat overstijgend belang zouden zijn — (nog) geen afdoende rechtvaardiging vormt voor Europese harmonisering van die verplichtingen. In die zienswijze zou pas Europese regelgeving gerechtvaardigd zijn wanneer vaststaat dat voor de ontwikkeling van die effectenmarkten harmonisering van de publicatieverplichtingen een noodzakelijke voorwaarde is (waarbij wordt aangenomen dat individuele lidstaten (of de markt) zelf niet in die harmonisatie kunnen voorzien). In dat geval kan de, uit harmonisatie volgende, standaardisatie van de publicatieverplichtingen een brugfunctie vervullen.
In de literatuur kunnen daarover uiteenlopende opvattingen worden gevonden. Enriques/ Gatti (2006a), p. 962, merken bijvb. over de op Europese regelgeving gebaseerde verplichting om in het jaarverslag een beschrijving van de 'corporate govemance' structuur op te nemen op dat 'rijt can be debated whether such a solution should be imposed top-down by mandatory requirements from the EC'.
Vgl. o.m. Ferran (2004a), p. 141 e.v.
Harmonisering en federalisering van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen dragen bij aan de ontwikkeling van de effectenmarkten. Zij leiden tot "standaardisatie" van die voorschriften.1 Dit, en dan met name de uniformering van de inrichtingsvoorschriften voor de financiële verslaggeving, heeft tot gevolg dat de (onderlinge) vergelijkbaarheid van de financiële verslaggeving van beursvennootschappen toeneemt. En daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van hun prestaties.2 De zoek- en vergelijkingskosten voor (nieuwe) investeerders nemen hierdoor af. Dat kan, uiteindelijk, tot een afname van de financieringskosten — de "cost of capital" — voor beursvennootschappen leiden.
Dit belang van standaardisatie wordt algemeen onderkend.3 Meer discussie bestaat echter over de vraag of de markt zelf tegen de laagste kosten kan voorzien in deze standaardisatie of dat daarvoor overheidsingrijpen noodzakelijk is. Indien dat laatste het geval is, is een vervolgvraag of daarvoor betrokkenheid op Europees of op federaal Amerikaans niveau noodzakelijk is.4 Met Easterbrook/Fischel ben ik van mening dat het antwoord op die laatste vraag uiteindelijk van empirische aard is.5 Daarbij laten de ontwikkelingen in de Europese Unie zien — onder andere wat betreft de inrichtingsvoorschriften voor de financiële verslaggeving — dat noch de markt, noch de individuele lidstaten er tot de totstandkoming van de IAS-verordening in slaagden om op Europees niveau eenvormigheid van de publicatieverplichtingen af te dwingen.6De in de vorige paragraaf genoemde rechtvaardigingsgronden voor Europese harmonisering van de publicatieverplichtingen — het lidstaat overstijgende belang van ontwikkelde effectenmarkten7 en het tekortschieten weten regelgevende activiteiten van individuele lidstaten — worden hiermee (her) bevestigd.8 Dat onder alle omstandigheden volledige harmonisatie van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen noodzakelijk is om de gewenste mate van standaardisatie van die verplichtingen te bewerkstelligen, staat daarmee niet vast. De kritiek in de literatuur op de toegenomen volledige harmonisatie van de publicatieverplichtingen voor Europese beursvennootschappen is dat wordt betwijfeld of de voordelen van standaardisering van informatie wel opwegen tegen de nadelen van volledige harmonisatie.
Bekritiseerd wordt derhalve of voor volledige harmonisering wel voldoende rechtvaardigingsgronden bestaan.9