Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.4.1
5.4.1 Het fiscale winstbegrip
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630563:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Tiley & Loutzenhiser.
De transfer-pricingregels zijn nader uitgewerkt in TIOPA 2010.
Voor kleine ondernemingen geldt een vrijstelling.
In 2002 is er een consultatiedocument verschenen waarin was voorgesteld dat de fiscale winstbepaling en de commerciële winstbepaling meer in overeenstemming met elkaar zouden worden gebracht. Dit voorstel is echter niet aangenomen, zodat er nog steeds specifieke fiscale winstbepalingen zijn. HM Treasury, Reform of Corporation Tax, August 2002. Corporation Tax Reform 2003 and Corporation Tax reform; The Next Steps, December 2003 and November 2004.
Artikel 2 CTA 2009.
De HM Revenue and Customs (HMRC) kan de gehanteerde waardering controleren. Belastingplichtigen kunnen dit aanvragen door een 'Post-transaction valuation-check' formulier in te dienen bij het HMRC.
De fiscale winstbepalingsregels voor ondernemingen in het Verenigd Koninkrijk zijn in de Corporate Tax Act 2009 (CTA 2009) opgenomen. In artikel 2 van deze wet is bepaald dat vennootschapsbelasting wordt berekend over de winst van een onderneming.1 Artikel 8 CTA 2009 bepaalt dat de vennootschapsbelasting wordt berekend over de winst van het betreffende jaar, zodat in het Verenigd Koninkrijk sprake is van een jaarwinstbegrip. Ook in het Verenigd Koninkrijk wordt de winst bepaald met inachtneming van het arm’s-lengthbeginsel. Het is echter alleen mogelijk om op basis van het arm’s-lengthbeginsel de winst te verhogen of een belastingverlies te verminderen. De correctie kan derhalve niet in het voordeel van de belastingplichtige werken2 Conform de Nederlandse wetgeving geldt in het Verenigd Koninkrijk het arm’s-lengthbeginsel ook voor binnenlandse transacties.3 Ook tussen hoofdhuis en vaste inrichting geldt het arm’s-lengthbeginsel (artikel 22 CTA 2009). De specifieke uitwerking van het arm’s-lengthbeginsel verschilt echter per inkomstensoort.
Er is sprake van een eigen fiscaal winstbegrip. De winst van enig jaar wordt bepaald door het totaal van de netto-inkomsten van de onderneming uit elke bron en de netto-inkomsten van de onderneming die voortvloeien uit de verkoop van kapitaalgoederen.4 De winstbepaling is voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting in beginsel gelijk.5 Voor alle inkomsten gelden specifieke regels bij de bepaling van de belastbare winst. Er gelden regels voor de verrekening van verliezen. Het is niet altijd mogelijk om verliezen van een bepaalde inkomenscategorie met een andere inkomenscategorie te verrekenen. De volgende soorten inkomsten worden onderscheiden:
Handelsinkomen (part 3 CTA 2009)
Hieronder vallen vrijwel alle actieve inkomsten die niet onder de andere rubrieken vallen. De winst moet op grond van artikel 46 CTA 2009 worden bepaald volgens algemeen aanvaarde accountantsprincipes, behoudens enkele uitzonderingen. De afschrijvingen worden ook op basis van deze regels berekend. Onder algemeen aanvaardbare accountantsprincipes worden verstaan UK GAAP of IFRS. Omdat veel ondernemingen handelsinkomen genieten, is er dus een grote mate van afhankelijkheid met het jaarrekeningenrecht.
Inkomen uit onroerend goed (part 4 CTA 2009)
Voor het inkomen uit onroerend goed geldt dezelfde basis als handelsinkomen (artikel 210 CTA 2009). Ook hiervoor wordt derhalve aangesloten bij de jaarrekening. Voor bijvoorbeeld lease gelden specifieke regels voor de fiscale winstverantwoording.
Schuldverhoudingen (part 5 CTA 2009)
Op grond van 295 CTA 2009 is de algemene regel dat alle inkomsten uit een schuldverhouding zijn belast als inkomen. Over het algemeen wordt hierbij ook aangesloten bij de jaarrekeningregels, maar blijkens artikel 348 CTA 2009 zijn er specifieke regels voor de navolgende situaties:
Relaties behandeld als schuldverhouding (part 6 CTA 2009)
Afgeleide contracten (part 7 CTA 2009)
Immateriële vaste activa (part 8 CTA 2009)
Uitkeringen, welke over het algemeen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (part 9A CTA 2009).
Hieronder worden bijvoorbeeld de dividenduitkeringen verstaan.
De regels uit de CTA zijn niet van toepassing op vermogensresultaten. De belastingheffing over vermogensresultaten geschiedt aan de hand van de regels van de TCGA 1992. De TCGA1992 schrijft voor hoe de vermogensresultaten moeten worden bepaald, maar de heffing vindt in de vennootschapsbelasting plaats. Vermogensverliezen mogen alleen worden verrekend met vermogenswinsten. Er vindt derhalve geen belasting naar het totale inkomen van een jaar plaats, omdat de vermogensverliezen niet mogen worden verrekend met de andere inkomsten.
De te belasten vermogenswinst is in principe het verschil tussen de verkoopprijs en het opgeofferde bedrag. Er geldt dus een realisatie-eis voor dergelijk inkomen. Er zijn echter enkele situaties waarin moet worden uitgegaan van de marktwaarde in plaats van de verkoopprijs.6 Dit is bijvoorbeeld in de volgende situaties het geval:
in geval van een schenking;
de activa zijn voor een te lage prijs verkocht om de koper te bevoordelen.
Aangezien de winst in het Verenigd Koninkrijk wordt bepaald aan de hand van gedetailleerde wetten en de heffing per inkomenscategorie verschilt, is er geen sprake van een algemeen totaalwinstconcept.