Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/5.5:5.5 Wet op de politieke partijen
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/5.5
5.5 Wet op de politieke partijen
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947906:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Staatscommissie-Remkes 2018, p. 229-231.
Een giftenplafond bestond op dat moment nog niet. Met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet Wfpp (te bespreken in par. 13.9), is dat veranderd.
Zie daarover par. 11.9.
Kamerstukken II 2019/20, 35300-VII, nr. 123, p. 3-4.
Kamerstukken II 2018/19, 34 430, nr. 10, p. 4, 10.
Zie over dit conceptvoorstel Trapman 2023a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verzet tegen een grondwettelijke vermelding heeft, anders dan men daarmee nogal eens beoogde, niet tot gevolg gehad dat daarmee verdere partijregulering achterwege bleef. Ondanks het feit dat het begrip ‘politieke partij’ tot op heden haar weg naar de Grondwet niet gevonden heeft, is duidelijk dat met verschillende ‘normale’ wetten in de loop der jaren een samenstel van regels tot stand gebracht is dat het functioneren van politieke partijen normeert. Koole heeft deze ontwikkeling in Nederland geduid als de ‘sluipende codificatie’ van politieke partijen, die in de jaren ’70 werd ingezet met het tot stand brengen van subsidieregelingen voor neveninstellingen van politieke partijen. De belangrijkste regels voor politieke partijen zijn nu vervat in de Kieswet, waar het gaat om de registratie van partijaanduidingen, en de Wet financiering politieke partijen (Wfpp), waarin de regels aangaande subsidiëring en private financiering van partijen zijn opgenomen. Daarnaast kan nog gewezen worden op de in de Mediawet vervatte regeling omtrent zendtijd voor politieke partijen.
In haar in 2018 gepubliceerde eindrapport pleitte de Staatscommissie parlementair stelsel, ook bekend onder de naam Staatscommissie-Remkes, voor de invoering van een Wet op de politieke partijen (Wpp).1 In deze Wpp zou allereerst de bestaande regelgeving voor politieke partijen gebundeld moeten worden. Het gaat daarbij om de transparantieregels van de Wfpp, het daarin vervatte giftenplafond en het kieswettelijke verenigingsvereiste.2 Ook een specifiek op politieke partijen toegespitste verbodsbepaling moet in de wet een plek krijgen. Daarnaast pleitte de staatscommissie voor de invoering van nieuwe regels op het gebied van digitale verkiezingscampagnes.3 In zijn reactie op het eindrapport, naar de Tweede Kamer gezonden in juni 2019, gaf het kabinet Rutte-III aan de aanbeveling tot invoering van een Wpp over te nemen. Aan de door de staatscommissie bepleite inhoud van die wet voegde het kabinet vervolgens nog enkele thema’s toe, te weten transparantieregels voor decentrale politieke partijen en het instellen van een onafhankelijke toezichthouder, die verantwoordelijk moet worden voor het toezicht op de naleving van de wet.4
Een voorstel voor de Wpp had aanvankelijk in 2020 in procedure gebracht moeten worden, waarna de wet op 1 januari 2022 in werking had moeten treden.5 Het voorstel laat echter nog altijd op zich wachten. Een conceptwetsvoorstel, waarop meer dan duizend reacties binnenkwamen, ging eind 2022 in internetconsultatie.6 Op het moment van afronding van dit proefschrift is de verwachting dat het voorstel in 2024 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. Inwerkingtreding zal dan op zijn vroegst in 2025 volgen, maar verder uitstel is niet ondenkbaar.