Hof Amsterdam, 02-08-2018, nr. 200.163.122/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2018:2714
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
02-08-2018
- Zaaknummer
200.163.122/01 OK
- Roepnaam
Sovereign Trust (Netherlands)
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2018:2714, Uitspraak, Hof Amsterdam, 02‑08‑2018; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2017:764, Uitspraak, Hof Amsterdam, 17‑02‑2017; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2015:4869, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 19‑11‑2015
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2017-0101
Uitspraak 02‑08‑2018
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; vereffening na ontbinding door de OK; vaststelling van de beloning van de vereffenaar; art. 2:23 lid 2 BW.
Partij(en)
beschikking
______________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.163.122/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 2 augustus 2018
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Meermans-de Vries, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOVEREIGN TRUST (NETHERLANDS) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. D.G. Veldhuizen en mr. D.S. de Waard, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
THE SOVEREIGN GROUP,
gevestigd te Turks en Caicos eilanden,
2. de rechtspersoon naar vreemd recht
SOVEREIGN MEDIA LIMITED,
gevestigd te Gibraltar,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. R.G.J. de Haan en mr. C.G.E. Prenger, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zal verzoekster [A] worden genoemd en verweerster STN. Belanghebbenden zullen tezamen worden aangeduid met SG c.s.
1.2
Bij de beschikking van 19 november 2015 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - verstaan dat uit het verslag van het onderzoek blijkt van wanbeleid van STN, G.L. Sirks (hierna: Sirks) voor de duur van een jaar benoemd tot bestuurder van STN en bepaald dat voor de duur van een jaar alle aandelen in het kapitaal van STN ten titel van beheer zijn overgedragen aan T. de Waard (hierna: De Waard).
1.3
Bij de beschikking van 17 oktober 2016 heeft de Ondernemingskamer STN ontbonden, de bij de beschikking van 19 november 2015 uitgesproken benoeming van Sirks tot bestuurder van STN verlengd totdat de ontbinding van STN onherroepelijk zal zijn geworden, de bij de beschikking van 19 november 2015 bepaalde overdracht van aandelen ten titel van beheer aan De Waard vooralsnog voor de duur van een jaar met ingang van 19 november 2016 verlengd, en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot vereffenaar benoemd.
1.4
Tegen de beschikking van 17 oktober 2016 is geen cassatie ingesteld. Bij de beschikking van 17 februari 2017 is mr. P.R.W. Schaink aangewezen als vereffenaar als bedoeld in de beschikking van 17 oktober 2016.
1.5
Bij brief (met bijlagen) van 7 juni 2018 heeft de vereffenaar een verslag houdende rekening en verantwoording inzake de vereffening aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.6
Bij brief (met bijlagen) van 4 juli 2018 heeft de vereffenaar (op de voet van artikel 2:23 lid 2 BW) de Ondernemingskamer verzocht een beloning toe te kennen van € 47.941,77 (inclusief btw).
1.7
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij brief van 6 juli 2018 in de gelegenheid gesteld zich over de toe te kennen beloning van de vereffenaar uit te laten.
1.8
Bij e-mail van 9 juli 2018 heeft mr. De Haan laten weten, naar de Ondernemingskamer begrijpt: namens SG c.s., dat de opgevoerde kosten redelijk voorkomen en daarop geen verder commentaar te hebben.
1.9
Bij e-mail van 30 juli 2018 heeft mr. D.S. de Waard namens STN laten weten akkoord te zijn met het verslag en de verzochte beloning van de vereffenaar.
1.10
Van andere partijen is in dit verband niet vernomen.
2. De gronden van de beslissing
2.1
De vereffenaar heeft een overzicht van de door hem verzonden facturen overgelegd met betrekking tot verrichte werkzaamheden in de periode van februari 2017 tot en met maart 2018. Ook heeft hij de onderliggende facturen en daarbij behorende urenspecificaties overgelegd. Het hiervoor vermelde overzicht sluit op een bedrag van in totaal € 47.941,77 (inclusief btw).
2.2
Deze kostenopgave komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. Verder neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat tegen het verzoek van de vereffenaar tot vaststelling van de beloning op dat bedrag geen bezwaar is ontvangen. De Ondernemingskamer zal de vereffenaar daarom een beloning toekennen in overeenstemming met zijn kostenopgave.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
kent mr. P.R.W. Schaink, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het vermogen van Sovereign Trust (Netherlands) B.V., een beloning toe van € 47.941,77 (inclusief btw).
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en door mr. Tillema in het openbaar uitgesproken op2 augustus 2018.
Uitspraak 17‑02‑2017
Inhoudsindicatie
OK; enquête; aanwijzing vereffenaar; art. 2:356 BW.
Partij(en)
beschikking
______________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.163.122/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 17 februari 2017
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Meermans-de Vries, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOVEREIGN TRUST (NETHERLANDS) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. D.G. Veldhuizen en mr. D.S. de Waard, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
THE SOVEREIGN GROUP,
gevestigd te Turks en Caicos eilanden,
2. de rechtspersoon naar vreemd recht
SOVEREIGN MEDIA LIMITED,
gevestigd te Gibraltar,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. R.G.J. de Haan en mr. C.G.E. Prenger, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zal verzoekster [A] worden genoemd en verweerster STN. Belanghebbenden zullen (ook) worden aangeduid met: SG, Media, [B] en [C] (tezamen: SG c.s.) respectievelijk Sirks en De Waard.
1.2
Bij de beschikking van 19 november 2015 heeft de Ondernemingskamer verstaan dat uit het verslag van het onderzoek blijkt van wanbeleid van STN in de periode van 1 januari 2007 tot en met 14 januari 2013, Sirks vooralsnog voor de duur van een jaar benoemd tot bestuurder van STN met in alle gevallen een beslissende stem en met bepaling dat Sirks zelfstandig bevoegd is STN te vertegenwoordigen en bepaald dat vooralsnog voor de duur van een jaar alle aandelen in het kapitaal van STN ten titel van beheer zijn overgedragen aan De Waard. Het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder zijn ten laste gebracht van STN en de op de voet van artikel 2:349a lid 2 BW bij de beschikking van 5 april 2013 getroffen onmiddellijke voorzieningen zijn opgeheven.
1.3
Bij de beschikking van 17 oktober 2016 heeft de Ondernemingskamer STN ontbonden, de bij de beschikking van 19 november 2015 uitgesproken benoeming van Sirks tot bestuurder van STN verlengd totdat de ontbinding van STN onherroepelijk zal zijn geworden, de bij de beschikking van 19 november 2015 bepaalde overdracht van aandelen ten titel van beheer aan T. de Waard vooralsnog voor de duur van een jaar met ingang van 19 november 2016 verlengd, en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot vereffenaar benoemd.
1.4
Tegen de beschikking van 17 oktober 2016 is geen cassatie ingesteld.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als vereffenaar als bedoeld in de beschikking van 17 oktober 2016.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als vereffenaar als bedoeld in de beschikking van 17 oktober 2016: mr. P.R.W. Schaink te Amsterdam;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins RA en drs. J.S.T. Tiemstra RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 februari 2017.
Uitspraak 19‑11‑2015
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; wanbeleid vastgesteld; bij wijze van voorziening voor de duur van een jaar bestuurder en beheerder van aandelen benoemd; opheffing van de eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen; art. 2:355, 356, 349a lid 2 BW.
Partij(en)
beschikking
______________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.163.122/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 november 2015
inzake
[A],
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Meermans-de Vries, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SOVEREIGN TRUST (NETHERLANDS) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
THE SOVEREIGN GROUP,
gevestigd te Turks en Caicos eilanden,
2. de rechtspersoon naar vreemd recht
SOVEREIGN MEDIA LIMITED,
gevestigd te Gibraltar,
3. [B],
wonende te [....] ,
4. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. R.G.J. de Haan en mr. C.G.E. Prenger, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zal verzoekster [A] worden genoemd en verweerster STN. Belanghebbenden zullen ook, afzonderlijk, SG, Media, [B] en [C] en, tezamen, SG c.s. worden genoemd.
1.2 De Ondernemingskamer verwijst naar haar beschikkingen in de met deze zaak samenhangende zaak met rekestnummer 200.120.026/01 OK van 5 april 2013, 17 april 2013, 15 mei 2014, 20 november 2014 en 2 december 2014, alsmede naar de beschikking van de voorzitter van de Ondernemingskamer van 5 oktober 2015 in de met deze zaak samenhangende zaak met rekestnummer 200.163.122/02 OK.
1.3 Bij de beschikkingen van 5 en 17 april 2013 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van STN over de periode van 1 januari 2007 tot en met 14 januari 2013 en bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding G.L. Sirks (hierna: Sirks) benoemd tot bestuurder van STN, bepaald dat alle aandelen van Hyksos Management N.V. (hierna Hyksos N.V. te noemen) in het kapitaal van STN minus één aandeel en alle aandelen van [A] in het kapitaal van STN minus één aandeel ten titel van beheer aan mr. T. de Waard (hierna: De Waard) zijn overgedragen, en een aantal bestuursbesluiten geschorst. Bij de beschikking van 15 mei 2014 heeft de Ondernemingskamer mr. H.M. de Mol van Otterloo aangewezen als onderzoeker.
1.4 Het verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen is op 20 november 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer gedeponeerd. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de Ondernemingskamer - voor zover van belang - bepaald dat het verslag van het onderzoek met bijlagen ter inzage ligt voor belanghebbenden.
1.5 [A] heeft bij op 20 januari 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties, gewijzigd en aangevuld bij op 27 januari 2015 onderscheidenlijk 10 april 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen “wijziging eis” en “akte aanvulling eis”, de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad
vast te stellen dat uit het verslag van wanbeleid van STN is gebleken;
de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen;
bij wijze van voorzieningen op de voet van artikel 2:355 BW:
primair
A. [B] en [C] te ontslaan als bestuurder;
B. te bepalen dat artikel 16 van de statuten van STN voor de duur van twee jaar wordt aangevuld met een artikellid 16.7, dat inhoudt dat een aantal in de akte “wijziging eis” nader omschreven bestuursbesluiten de toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders behoeft;
C. te bepalen dat één door de ene aandeelhouder gehouden aandeel in het kapitaal van STN en één door de andere aandeelhouder gehouden aandeel in het kapitaal van STN voor de duur van twee jaar ten titel van beheer zijn overgedragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder,
althans,
voor de duur van twee jaar en in afwijking van de statuten een commissaris aan te stellen, alsmede te bepalen dat artikel 25 lid 5 van de statuten voor de duur van twee jaar wordt vervangen door de bepaling: “bij het staken van de stemmen in de Vergadering van Aandeelhouders beslist de commissaris”;
subsidiair
A. [B] te ontslaan als bestuurder van STN en voor de duur van twee jaar, in afwijking van de statuten, te bepalen dat het bestuur besluit met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen en dat de algemene vergadering van aandeelhouders beslist indien de stemmen in het bestuur staken, althans dat het bestuur haar besluiten unaniem neemt;
B. te beslissen zoals hiervoor onder primair sub C is weergegeven;
meer subsidiair
te beslissen zoals hiervoor onder primair sub B en sub C is weergegeven;
uiterst subsidiair
alle aandelen in het kapitaal van STN voor de duur van twee jaar ten titel van beheer over te dragen aan T. de Waard of een andere door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder, en te bepalen dat de beheerder het tot zijn taak en bevoegdheid zal rekenen de aandelen die Hyksos N.V. en Media houden in het kapitaal van STN te verkopen en te leveren;
4. bij wijze van voorzieningen op de voet van artikel 2:355 BW voorts de volgende bestuursbesluiten van 28 november 2012 (a tot en met e) en van 10 oktober 2014 (f) te vernietigen:
a. tot toekenning aan [C] en [B] van een directievergoeding;
b. tot het schrappen van [D] van de loonlijst van Media en tot zijn plaatsing op de loonlijst van STN als marketingmanager tegen een salaris van€ 100.000 per jaar;
c. tot intrekking van de jaarlijkse onkostenvergoeding aan [A] voor werkzaamheden op Curaçao;
d. tot het overnemen van een kleine concurrent;
e. dat voor transacties boven € 10.000 twee handtekeningen van het bestuur nodig zijn;
f. dat voor transacties boven € 10.000 twee handtekeningen van het bestuur nodig zijn.
5. STN en (zo begrijpt de Ondernemingskamer) belanghebbenden te veroordelen in de kosten van het geding.
1.6 Belanghebbenden hebben bij op 19 maart 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
SG als belanghebbende toe te laten tot de procedure;
Hyksos N.V. niet als belanghebbende toe te laten tot de procedure;
het verzoek van [A] tot het treffen van voorzieningen af te wijzen;
vast te stellen dat uit het verslag van wanbeleid van STN is gebleken;
bij wijze van voorziening Sirks of een andere door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon voor de duur van twee jaar aan te stellen tot bestuurder van STN met een beslissende stem en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid, en te bepalen dat hij tot taak heeft de activa en passiva van STN te verkopen tegen de hoogst mogelijke prijs en vervolgens tot liquidatie van STN over te gaan;
bij wijze van voorziening te bepalen dat alle door [A] en alle door Media gehouden aandelen in het kapitaal van STN voor de duur van twee jaar ten titel van beheer aan De Waard of een andere door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder zijn overgedragen;
[A] te veroordelen in de kosten van het geding, te voldoen binnen zeven dagen na de beschikking.
1.7 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 23 april 2015, alwaar de advocaten de standpunten van partijen nader hebben toegelicht aan de hand van aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitaantekeningen en mr. Meermans-de Vries onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de andere partij toegezonden nadere producties. Partijen, alsmede Sirks en De Waard hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.
2 De feiten
2.1
De feiten, die de Ondernemingskamer voor een deel al in haar hiervoor genoemde beschikking van 5 april 2013 heeft vermeld en voor het overige blijken uit het in zoverre niet bestreden onderzoeksverslag, zijn de volgende.
2.2
STN oefent een trustbedrijf uit. Zij beschikt over een vergunning (hierna de vergunning te noemen) van De Nederlandsche Bank N.V. (hierna DNB te noemen).
2.3
Sinds 1 oktober 1999 is [A] bestuurder van STN en sinds 10 december 2007 zijn [B] en [C] eveneens bestuurders van die vennootschap. Zij zijn ieder zelfstandig bevoegd. De vergunning is verleend op basis van de aanstelling van [A] als bestuurder van STN.
2.4
Vóór 7 september 2007 heette STN Hyksos Management B.V. De aandelen in haar kapitaal werden toen voor 33% gehouden door [A] en voor 67% door de op Curaçao gevestigde vennootschap Hyksos N.V. In maart 2001 is tussen STN (toen nog Hyksos Management B.V.) en (onder andere) SG een “joint venture agreement” gesloten. Daarin is overeengekomen dat STN (toen nog Hyksos Management B.V.) de dagelijkse gang van zaken op zich zou nemen en enig bestuurder zou worden van de toenmalige vennootschap Sovereign Trust (Netherlands) B.V. (een andere vennootschap dan STN, waarvan de aandelen indirect werden gehouden door SG), en als enige vertegenwoordiger van SG trustdiensten op de Nederlandse markt zou aanbieden.
2.5
Eind 2006 hebben SG en [A] een wijziging van het samenwerkingsverband besproken, met als uitgangspunt dat zij “gelijkwaardige partners” zouden worden. Zij hebben in de kern afgesproken dat:
de “joint venture agreement” zal worden beëindigd, waarbij Hyksos N.V. alle aandelen in Hyksos Management B.V. zal verkrijgen;
SG en [A] ieder voor 50% zullen deelnemen in het kapitaal van Hyksos N.V.;
[A] haar aandelen in Hyksos Management B.V. (33%) zal overdragen aan Hyksos N.V. waartegenover zij 50% van de aandelen in Hyksos N.V. zal ontvangen;
Sovereign Trust (Netherlands) B.V. haar activiteiten zal overdragen aan Hyksos Management B.V., waarna Sovereign Trust (Netherlands) B.V. een andere naam zal krijgen en de naam Hyksos Management B.V. zal worden gewijzigd in Sovereign Trust (Netherlands) B.V. (STN);
SG en [A] een aandeelhoudersovereenkomst zullen sluiten.
2.6
Op 7 mei 2007 is 50% van de aandelen in Hyksos N.V. aan [A] overgedragen. Op 11 mei 2007 heeft [A] aan SG op grond van een op 10 mei 2007 uitgebracht advies van de belastingadviseur van [A] - in afwijking van de tussen haar en SG gemaakte afspraken - de wens geuit dat zij 50% van de aandelen in STN rechtstreeks gaat houden, in plaats van middellijk via haar 50%-deelname in Hyksos N.V.
2.7
Op 3 september 2007 heeft Hyksos N.V. 17% van de aandelen in STN aan [A] overgedragen voor een bedrag van € 42.000, welk bedrag onbetaald is gebleven. Vanaf dat moment hield [A] 50% van de aandelen in Hyksos N.V. en 50% van de aandelen in STN en dit was nog steeds het geval ten tijde van het inleidende verzoekschrift in de in 1.2 vermelde, met deze zaak samenhangende, zaak.
2.8
SG en [A] hebben tussen oktober 2007 en december 2007 overlegd over een te sluiten aandeelhoudersovereenkomst. Er zijn zeven concepten opgesteld, maar overeenstemming is niet bereikt.
2.9
Op 12 februari 2008 heeft [A] , nadat [B] en [C] aan haar en DNB hadden bevestigd zich niet actief met het dagelijks bestuur van STN te zullen bezig houden, in haar hoedanigheid van bestuurder [B] en [C] bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als bestuurders van STN met ingang van 10 december 2007.
2.10
Vanaf 24 maart 2009 hebben SG en [A] overlegd over een voorstel van SG om de aandelen die Hyksos N.V. houdt in STN over te dragen aan een dochtervennootschap van SG, teneinde te bewerkstelligen dat SG en [A] middellijk of onmiddellijk ieder 50% van de aandelen in STN houden. Die overdracht heeft toen niet plaatsgevonden en andere voorstellen hebben – in elk geval tot aan 14 januari 2013 – evenmin geleid tot de beoogde 50-50 belangenverdeling.
2.11
In een algemene vergadering van aandeelhouders van STN op 31 mei 2011 is het voorstel van [A] , inhoudend dat STN haar een lening verstrekt van € 250.000, verworpen. Het voorstel van [A] om per 31 december 2011 een dividenduitkering te doen van € 250.000 aan beide aandeelhouders, waarbij de voorgestelde lening in mindering zou worden gebracht op de dividenduitkering aan [A] , is, gelet op de samenhang tussen beide voorstellen, niet in stemming gebracht.
2.12
In dezelfde vergadering heeft [A] bezwaar gemaakt tegen (opnieuw) een voorstel van Hyksos N.V. om de aandelen die Hyksos N.V. in STN houdt over te dragen aan een op Malta dan wel te Gibraltar gevestigde dochtervennootschap van SG, zich op het standpunt stellend dat een dergelijke overdracht vanwege de mogelijk verschuldigde dividendbelasting ter zake van in STN aanwezige stille reserves vooraf aan de Nederlandse belastinginspecteur moet worden voorgelegd.
2.13
In een bestuursvergadering van 28 juni 2011 heeft het bestuur van STN, in afwezigheid van [A] , besloten:
om met het oog op de mogelijke gevolgen van de hiervoor bedoelde overdracht van de door Hyksos N.V. gehouden aandelen in STN voor de heffing van dividendbelasting een ‘advance tax ruling’ (hierna met ATR aan te duiden) te vragen aan de Nederlandse belastingdienst,
om – onder voorwaarde dat die ATR wordt verkregen – goedkeuring te verlenen aan een dergelijke overdracht aan Media, een te Gibraltar gevestigde dochtervennootschap van SG,
om de aandeelhoudersvergadering van STN te adviseren € 500.000 aan dividend uit te keren, direct na het effectueren van de bedoelde overdracht.
2.14
Op 26 augustus 2011 is de toenmalige bestuurder van Hyksos N.V., First Columbus Trust (Curaçao) N.V., afgetreden. In de ontslagbrief van 24 augustus 2011 wordt als reden hiervoor een “unsolved dispute between the (…) shareholders” genoemd. De aandeelhouders, [A] en SG, hebben daarna een tijdlang geen overeenstemming kunnen bereiken over de benoeming van een nieuwe bestuurder.
2.15
Ten gevolge van het ontslag van de bestuurder van Hyksos N.V. is een op 9 augustus 2011, op verzoek van [A] met het oog op een door haar voorgestelde dividenduitkering van in totaal € 500.000 dan wel een uitkering aan haar alleen van € 250.000, voor 31 augustus 2011 bijeengeroepen buitengewone vergadering van aandeelhouders niet doorgegaan. Sinds 31 mei 2011 heeft geen algemene vergadering van aandeelhouders van STN meer plaatsgevonden.
2.16
Op 14 november 2012 is [A] uitgenodigd voor een telefonische bestuursvergadering van STN, te houden op 21 november 2012. [A] heeft laten weten verhinderd te zijn en bezwaar te hebben tegen een telefonische vergadering. Daarop hebben [B] en [C] een telefonische bestuursvergadering voor 28 november 2012 uitgeschreven. Tijdens die vergadering, waarin [B] en [C] aanwezig waren, zijn de volgende besluiten genomen (zakelijk weergegeven):
a. [C] en [B] zullen een directievergoeding ontvangen waarvan de hoogte aan de hand van een onafhankelijk advies zal worden vastgesteld;
b. er wordt een accountant aangewezen om in de toekomst een “full audit” van de jaarstukken van de vennootschap uit te voeren;
c. er wordt per direct een marketing manager in dienst genomen tegen een jaarsalaris van € 100.000;
d. aan [A] zal uitleg worden gevraagd over een bonus die zij zichzelf over 2011 heeft uitgekeerd. Aan haar zal geen bonus meer worden uitgekeerd zonder voorafgaande toestemming van het bestuur;
e. de jaarlijks aan [A] toegekende onkostenvergoeding voor een jaarlijks bezoek van haar en haar echtgenoot aan Curaçao wordt ingetrokken;
f. de mogelijkheid om een kleine concurrent over te nemen zal worden onderzocht;
g. er wordt geen dividend uitgekeerd zolang de aandelen die Hyksos N.V. houdt in STN niet aan een dochtervennootschap van SG zijn overgedragen;
h. voor iedere transactie boven € 10.000 zullen twee handtekeningen van het bestuur nodig zijn; voor lagere bedragen is [A] alleen bevoegd om te tekenen.
3. De gronden van de beslissing
3.1
De Ondernemingskamer overweegt ten eerste dat belanghebbenden geen belang hebben bij hun verzoek om Hyksos N.V. niet als belanghebbende toe te laten tot de procedure, aangezien Hyksos N.V. niet in de procedure is verschenen.
3.2
[A] heeft ter terechtzitting kanttekeningen geplaatst bij de ontvankelijkheid van SG, Media, [B] en [C] in de in 1.6 onder E. en F. weergegeven verzoeken tot het treffen van voorzieningen. De Ondernemingskamer wijst erop dat [A] heeft verzocht om voorzieningen op de voet van artikel 2:355 BW. Indien de Ondernemingskamer tot het oordeel komt dat voorzieningen getroffen moeten worden kan zij op grond van dat verzoek een van de voorzieningen treffen die limitatief zijn opgesomd in artikel 2:356 BW. Daarbij is zij niet beperkt tot de voorzieningen waar [A] om heeft verzocht. In het licht van dit een en ander behoeven de in 1.6 onder E. en F. weergegeven verzoeken geen afzonderlijke bespreking en kan de ontvankelijkheid van belanghebbenden in die verzoeken in het midden blijven.
3.3
[A] heeft gesteld dat uit het verslag blijkt van wanbeleid van STN in de onderzochte periode, erin bestaande dat de vennootschappelijke verhoudingen zijn verstoord, waardoor patstellingen zijn ontstaan. Zij heeft, onder verwijzing naar het verslag, gesteld dat de verstoorde verhoudingen zijn veroorzaakt door een fiscale kwestie en een zeggenschapskwestie.
3.4
Ook belanghebbenden hebben aangevoerd dat uit het verslag blijkt dat zich in de onderzochte periode wanbeleid heeft voorgedaan. Zij hebben zich op het standpunt gesteld dat tussen hen en [A] over een aantal zaken een onoverbrugbaar verschil van mening bestaat, als gevolg waarvan de relatie tussen hen en [A] onherstelbaar is beschadigd, welk standpunt zij bevestigd zien in het verslag.
3.5
De Ondernemingskamer oordeelt dat de bevindingen van de onderzoeker, die in het verslag zijn vastgelegd, de kwalificatie ‘wanbeleid’ van STN in de onderzochte periode rechtvaardigen.
3.6
Het verslag houdt immers in dat de oorzaak van het geschil tussen [A] enerzijds en SG c.s. anderzijds “moet worden gevonden in de uiterst summiere en oppervlakkige, en daarmee tekortschietende, regeling van de zeggenschapkwestie”. De onderzoeker heeft opgemerkt dat “de kwestie van de zeggenschap in een joint venture vennootschap (…) naar zijn aard van wezenlijk belang” is en heeft vastgesteld dat de zeggenschapskwestie “bij de totstandkoming van de vennootschap (in de joint venture fase daarvan) tussen partijen maar heel summier aan de orde gesteld” is. SG, zo blijkt uit het verslag, wenste twee bestuurders te kunnen voordragen en [A] heeft zich daartegen niet verzet maar ging ervan uit dat dit “non-executive” bestuurders zouden zijn die zich niet met de dagelijkse gang van zaken zouden bemoeien. Zij heeft in de onderhandelingen over (de zeven concepten voor) de aandeelhouderovereenkomst evenwel geen concrete voorstellen gedaan om dat ‘non-executive’ karakter tot uiting te brengen.
3.7
Deze oppervlakkige behandeling van het cruciale thema van de zeggenschap heeft de volgende door de onderzoeker vermelde kwesties in het vage gelaten. Ten eerste is, doordat niet is geconcretiseerd wat SG en [A] onder “de dagelijkse gang van zaken” verstonden, ongewis gebleven welke bevoegdheden uitsluitend bij [A] lagen, welke bevoegdheden SG had, en of [A] unanimiteit zou verlangen voor bestuursbesluiten “die volgens beide partijen niet de dagelijkse gang van zaken betroffen”. Ten tweede heeft de onderzoeker gewezen op de verhouding van [A] met STN, uit hoofde waarvan [A] tegen vergoeding diensten aan STN verleende. Hij heeft hier over opgemerkt dat SG noch [A] gepaste aandacht hebben gegeven aan de kwestie van de beëindiging van deze verhouding, die voor beiden cruciaal zou moeten zijn geweest en “bovendien gevoelig nu [A] daarbij een intrinsiek tegenstrijdig belang had”.
3.8
Deze gebrekkige aandacht van [A] en SG voor de governance, die, aldus de onderzoeker, “op enige termijn wel tot problemen als de onderhavige moest leiden”, heeft bijgedragen aan dermate verstoorde verhoudingen dat in de organen van de vennootschap een volstrekte impasse heerst, zoals blijkt uit het verslag en de processtukken en voorts ter terechtzitting door partijen is bevestigd.
3.9
Die impasse vraagt naar het oordeel van de Ondernemingskamer om de hierna te vermelden maatregelen. Bij het treffen van die maatregelen heeft de Ondernemingskamer acht geslagen op de vermelding in 4.13 van het verslag, dat “inmiddels – na 14 januari 2013 (ten tijde van het in 2.17 vermelde inleidende verzoekschrift, toen anders dan was overeengekomen, [A] en SG niet elk de helft van het belang in STN hielden, OK) – de situatie is bereikt dat [A] rechtstreeks de helft en SG indirect (via Sovereign Media Ltd. te Gibraltar (…)) de andere helft in [STN] houdt”. Voorts overweegt de Ondernemingskamer dat niet is gebleken van relevante negatieve invloed van de impasse op de dagelijkse bedrijfsvoering van STN.
3.10
De Ondernemingskamer zal op de voet van de artikelen 2:355 jo 2:356 aanhef en sub c onderscheidenlijk sub e BW tijdelijk, voor de duur van een jaar, een bestuurder van STN aanstellen met een in alle gevallen beslissende stem en tijdelijk, eveneens voor de duur van een jaar, alle aandelen in het kapitaal van STN ten titel van beheer overdragen aan een door haar aan te wijzen beheerder.
3.11
Andere voorzieningen worden niet getroffen. In het bijzonder ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding tot het vernietigen van (bestuurs-)besluiten die niet zijn uitgevoerd en waarvan de uitvoering op grond van hetgeen in deze procedure naar voren is gekomen niet te verwachten valt. Evenmin ziet de Ondernemingskamer aanleiding om op de voet van artikel 2:357 lid 2 BW te bepalen dat de beheerder “het tot zijn taak en bevoegdheid zal rekenen om alle aandelen die Hyksos Management N.V. en Sovereign Media Ltd houden in het kapitaal van STN te verkopen en leveren”, zoals [A] heeft verzocht. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer ligt het op de weg van partijen om overeenstemming te bereiken over een overdracht van aandelen, waarbij zij in het oog kunnen houden dat liquidatie tot kapitaalvernietiging zal leiden en niet in het belang van de vennootschap lijkt te zijn.
3.12
De Ondernemingskamer is van oordeel dat elke partij de eigen kosten dient te dragen en zal derhalve geen kostenveroordeling uitspraken.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verstaat dat uit het verslag van het onderzoek blijkt van wanbeleid van Sovereign Trust (Netherlands) B.V., gevestigd te Amsterdam, in de periode van 1 januari 2007 tot en met 14 januari 2013;
benoemt vooralsnog voor de duur van een jaar G.L. Sirks tot bestuurder van Sovereign Trust (Netherlands) B.V. met in alle gevallen een beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Sovereign Trust (Netherlands) B.V. te vertegenwoordigen;
bepaalt dat vooralsnog voor de duur van een jaar alle aandelen in het kapitaal van Sovereign Trust (Netherlands) B.V. ten titel van beheer zijn overgedragen aan T. de Waard;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder ten laste komen van Sovereign Trust (Netherlands) B.V. en bepaalt dat Sovereign Trust (Netherlands) B.V. voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder en beheerder zekerheid dient te stellen;
heft de op de voet van artikel 2:349a lid 2 BW bij de beschikking van 5 april 2013 in de zaak met rekestnummer 200.120.026/01 OK getroffen onmiddellijke voorzieningen op;
wijst het meer of anders verzochte af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer enmr. A.C. Faber, raadsheren, en G.A. Cremers en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid vanmr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 november 2015.