Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/2.3.2:2.3.2 De consensusdemocratie
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/2.3.2
2.3.2 De consensusdemocratie
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248553:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hendriks 2006, p. 81.
Hendriks 2006, p. 82-83. Hoewel Nederland, zoals gezegd, gekwalificeerd kan worden als consensusdemocratie, blijkt uit de kenmerken eens te meer dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan de theorie. Zo kan voor Nederland niet worden volgehouden dat de wetgevende macht van de Eerste en Tweede Kamer gelijkwaardig is, en geldt in Nederland het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet.
Hendriks 2006, p. 87-88.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een consensusdemocratie is het model dat vooral voorkomt in verdeelde samenlevingen, waarbij scheidingen lopen langs bijvoorbeeld etnische, religieuze of sociaal-economische lijnen.1 Nederland en België zijn traditionele voorbeelden van consensusdemocratieën, maar ook Zwitserland wordt ertoe gerekend. In het model wordt, anders dan in penduledemocratieën, sterk de nadruk gelegd op gezamenlijk overleg. Voor een besluit moet er liefst zo veel mogelijk draagvlak bestaan onder zo veel mogelijk verschillende groepen. Het besluitvormingsproces is met andere woorden sterk integratief van aard. Als uiteindelijk toch niet alle groepen zich kunnen vinden in een conceptbesluit, kan er alsnog bij gewone meerderheid worden besloten. In de praktijk komt het dan ook voor dat minderheden buitenspel staan, maar men zal proberen dit tot een minimum te beperken. In consensusdemocratieën spelen burgers in de regel een kleine rol in het besluitvormingsproces. Besluiten worden genomen door vertegenwoordigers en burgers zijn, net als in penduledemocratieën, alleen tijdens verkiezingen speler in het proces. Een belangrijk verschil met de penduledemocratie is dat het maatschappelijk middenveld, oftewel het geheel van professionele organisaties en georganiseerde burgers, wel sterk betrokken wordt bij besluitvorming. De belangen die deze groepen vertegenwoordigen moeten namelijk worden meegenomen om het nodige draagvlak te creëren. Het gevolg van dit alles is dat vertegenwoordigers en bestuurders van overheidsorganen minder macht hebben dan hun ambtgenoten in penduledemocratieën en dat professionele belangenbehartigers tussen verkiezingen in meer invloed kunnen uitoefenen op het besluitvormingsproces.
Ook dit stelsel kent op het niveau van de staat een tiental kenmerken.
De macht wordt gedeeld in brede coalities.
Er is een dualistische en evenwichtige verhouding tussen de regering en het parlement.
Er zijn meerdere politieke partijen.
Het kiesstelsel is proportioneel vertegenwoordigend.
Er is een corporatistisch belangengroepensysteem en er vindt georganiseerd overleg plaats met koepelorganisaties.
Het bestuur is gedecentraliseerd en federaal. Er is sprake van meervoudig, geleed en complementair bestuur.
Er is sprake van bicameralisme, waarbij de wetgevende macht verspreid is over relatief gelijkwaardige vertegenwoordigende kamers.
Er is een geschreven grondwet, die slechts gewijzigd kan worden met een gekwalificeerde meerderheid.
De grondwettelijkheid van wetgeving wordt niet door de wetgever zelf bepaald, maar door een externe instantie.
De centrale bank is onafhankelijk van de regering.2
Net als in een penduledemocratie komen in een consensusdemocratie op lokaal niveau de eerste vijf kenmerken overeen met de landelijke, maar verschillen de tweede vijf kenmerken.
Het bestuur is gedecentraliseerd en gefederaliseerd, waarbij de macht verspreid is over krachtige sublokale instituties zoals wijkraden of deelgemeenten.
Regelende machten zijn versnipperd over wederzijds afhankelijke sectoren.
De onderlinge afhankelijkheid is geïnstitutionaliseerd. Een decentraal bestuurkent eigen bestuurlijke verantwoordelijkheden, maar daarnaast ook verantwoordelijkheden in medebewind en coproductie.
Het bestuurlijk-juridisch toezicht is goed ontwikkeld, met de mogelijkheid tot preventief en/of repressief toezicht door hogere instanties.
Er zijn onafhankelijke rekenkamer(commissie)s.3
Deze kenmerken zorgen ervoor dat het beeld er na verkiezingen in consensusdemocratieën geheel anders uitziet dan in penduledemocratieën. Door het proportionele kiesstelsel bieden de vertegenwoordigende organen plaats aan een bonte verzameling partijen. Geen enkele daarvan zal een absolute meerderheid weten te behalen, waardoor partijen gedwongen zijn samen te werken. Besluitvormingsprocessen zijn hierdoor inclusiever en het betekent dat ook kleinere politieke groeperingen kunnen meebesturen. Een keerzijde daarvan is dat besluitvormingsprocessen langzaam kunnen verlopen. Het vormen van een regeringscoalitie, bijvoorbeeld, kan maanden duren, terwijl in een penduledemocratie de nieuwe regering vaak de dag na de verkiezingen al aan het werk kan. Coalitievorming betekent ook dat de voorkeur van kiezers minder doorklinkt in het uiteindelijke beleid. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen om tot een werkbaar compromis te komen. Daarnaast staat de voorkeur van de kiezer onder druk door de betrokkenheid van professionele belangenvertegenwoordigers bij besluitvorming buiten verkiezingstijd. Hierdoor wordt weliswaar een breder draagvlak gecreëerd voor besluiten en is er minder vaak georganiseerd verzet, maar het betekent ook dat politici en bestuurders minder doorzettingsmacht hebben dan in penduledemocratieën. Ook zijn zij minder politiek verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het gevoerde beleid. Dat is immers in samenspraak met veel andere, al dan niet gekozen, belangenvertegenwoordigers tot stand gekomen.