De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/2.1:2.1 Inleiding
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370869:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk bevat een algemene beschrijving van de enquêteprocedure. Par. 2.2 gaat over de eigen aard van het enquêterecht. Aan de orde komt achtereenvolgens wat met de enquêteprocedure (niet) wordt beoogd, wat de kern van de enquêteprocedure is en in hoeverre de enquêteprocedure verschilt van gewone civiele procedures. Par. 2.3 bespreekt de ondernemingskamer, die exclusief bevoegd is de enquêteprocedure in eerste aanleg te behandelen. Par. 2.4 schetst de geschillen die in de praktijk in de enquêteprocedure worden uitgevochten. Par. 2.5 staat stil bij het feit dat in de enquêteprocedure altijd een rechtspersoon centraal staat. Het is die rechtspersoon waarvan het beleid en de gang van zaken wordt beoordeeld en waarvan het gedrag door middel van (onmiddellijke) voorzieningen kan worden bijgestuurd. Ook komt aan de orde welke rechtspersonen het voorwerp van een enquêteprocedure kunnen zijn. Par. 2.6 zet uiteen welke (andere) partijen zich kunnen mengen in de enquêteprocedure en wat hun bevoegdheden in dat kader zijn. Par. 2.7 sluit dit hoofdstuk af met een uiteenzetting van het verloop van de enquêteprocedure.