AB 2015/213
Invorderingsbeschikking, wanneer is er sprake van erkenning van het recht op betaling?
HR 03-04-2015, ECLI:NL:HR:2015:817, m.nt. T.N. Sanders (Gemeente Simpelveld/Kreuels)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 april 2015
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak
- Zaaknummer
14/00186
- Conclusie
A-G mr. L.A.D. Keus
- Noot
T.N. Sanders
- Roepnaam
Gemeente Simpelveld/Kreuels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921075:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:817, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑04‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:3, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑01‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑02‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑12‑2013
- Wetingang
Art. 4:105, 4:106, 4:112, 5:35, 5:37 Awb
Essentie
Dwangbevel. HR bevestigt dat invorderingsbeschikking verjaring niet stuit. Bij bezwaar geen sprake van erkenning van het recht op betaling.
Samenvatting
Deze klachten falen. Ook als juist is dat verweerder (al dan niet stilzwijgend) heeft erkend dat de hem opgelegde dwangsommen verschuldigd zijn geworden, laat dat onverlet dat hij zich tegenover de Gemeente op het standpunt heeft gesteld dat het haar op grond van (onder meer) het vertrouwensbeginsel niet vrijstond tot invordering van de dwangsommen over te gaan, hetgeen niet anders kan betekenen dan dat verweerder meende niet tot betaling te kunnen worden genoopt. Bij die stand van zaken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.