De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.4.3:5.4.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.4.3
5.4.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390635:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vennoten kunnen zelf al bij het sluiten van een contract met de wederpartij toestemming voor toekomstige contractsovername proberen te bedingen, maar of zij hierin slagen hangt af van hun (machts)positie ten opzichte van de wederpartij. Ook kunnen afspraken worden gemaakt over een opzegtermijn in verband met ontbinding en/of over een eventuele vergoeding bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Verder kan de VOF in stand worden gehouden in verband met lopende overeenkomsten, maar dan moeten de vennoten er wel voor zorgen dat hun samenwerking blijft voldoen aan de constitutieve eisen voor een VOF.
Wat betreft aansprakelijkheid voor na uittreden van een vennoot ontstane schulden kunnen afspraken gemaakt worden met een wederpartij, maar het is maar zeer de vraag of een wederpartij de mogelijkheden van aansprakelijkstelling waarop hij meent recht te hebben prijs wil geven.
Om de continuïteit van de onderneming echt te kunnen waarborgen, is een oplossing van de wetgever nodig. Hij kan voorzien in een regeling op grond waarvan de rechten en plichten van de VOF overgaan op de voortzetter van de onderneming, zonder dat medewerking van de wederpartij nodig is. De wederpartij behoudt haar verweermiddelen. Voor een dergelijke regeling kan worden aangesloten bij de indeplaatstredingsregeling uit het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen. Slechts als dit expliciet door de wederpartij is bedongen (hetgeen vanwege het beginsel van contractsvrijheid mogelijk moet zijn), gaat een contract of vordering niet over. Een dergelijke regeling zou de VOF een sterkere, meer zelfstandige positie geven.
Van een verzetregeling voor crediteuren moet mijns inziens worden afgezien. Hieraan kleven te veel nadelen, onder andere omdat een schuldeiser waarborgen kan verlangen die hij eerder niet had. Daarnaast kan de onmogelijkheid om waarborgen te geven alsnog aanleiding zijn voor ontbinding van de overeenkomst en blijft de continuïteit van de onderneming onzeker gedurende de verzettermijn. Ook biedt de bepaling dat de gewezen vennoten gedurende een bepaalde periode aansprakelijk blijven voor verbintenissen uit door de VOF gesloten overeenkomsten de wederpartij voldoende waarborg.
Wel dient de wetgever te voorzien in een regeling inzake de aansprakelijkheid van een uitgetreden vennoot voor schulden die na zijn uittreden ontstaan uit voor zijn uittreden door de VOF aangegane (duur)overeenkomsten. Aansluiting bij de Duitse en Belgische regeling, op grond waarvan een vennoot na zijn uittreden nog vijf jaar aansprakelijk blijft voor dergelijke schulden, bewerkstelligt enerzijds dat een gewezen vennoot niet tot in de eeuwigheid aan (de verbintenissen van) de VOF gebonden blijft en anderzijds dat een vennoot zich niet zomaar aan aansprakelijkheid kan onttrekken ten nadele van de wederpartij van de VOF.
Bij gebreke van een wettelijke regeling zal de rechter – als hem in een concreet geval de vraag wordt voorgelegd – de knoop dienen door te hakken, zoals hij ook heeft gedaan voor de vraag of een toetreder aansprakelijk wordt voor reeds bestaande schulden. Het nadeel van de problematiek overlaten aan een rechter is dat een rechterlijke uitspraak slechts ‘achteraf’ duidelijkheid schept. Ook is een rechterlijke uitspraak niet altijd even voorspelbaar. Zo heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 13 maart 2015, ondanks dat het bij de behandeling van het Wetsvoorstel personenvennootschappen niet mogelijk bleek daarvoor een deugdelijke grond aan te wijzen, geoordeeld dat een toetredende vennoot aansprakelijk is voor reeds bestaande vennootschappelijke schulden.