NJ 2023/335
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst; begrip overeenkomst voor de ‘verstrekking van diensten’ in de zin van art. 7 punt 1 onder b); precontractuele overeenkomst betreffende sluiting van franchiseovereenkomst.
HvJ EU 14-09-2023, ECLI:EU:C:2023:675 (EXTÉRIA)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
14 september 2023
- Magistraten
M.L. Arastey Sahún, F. Biltgen, J. Passer
- Zaaknummer
C-393/22
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Noot
Red. Aant.
- Roepnaam
EXTÉRIA
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS932982:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2023:675, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑09‑2023
- Wetingang
Art. 7 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Nejvyšši soud (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Tsjechië) bij beslissing van 5 mei 2022.
Verordening Brussel I-bis. Alternatieve bevoegdheid ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst; begrip overeenkomst voor de ‘verstrekking van diensten’ in de zin van art. 7 punt 1 onder b); precontractuele overeenkomst betreffende sluiting van franchiseovereenkomst.
Samenvatting
Art. 7 punt 1 onder b) Verordening Brussel I-bis moet aldus worden uitgelegd dat een precontractuele overeenkomst betreffende de sluiting van een franchiseovereenkomst die voorziet in een verbintenis tot betaling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.