BNB 2024/87
Vermogensrendementsheffing en werkelijk rendement. Nominaal rendement als grondslag
HR 06-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:756, m.nt. E.J.W. Heithuis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2024
- Magistraten
Mrs. Feteris, Wortel, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/00771
23/00989
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
E.J.W. Heithuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS973347:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:756, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑06‑2024
ECLI:NL:HR:2024:813, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1191, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:1221, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:1192, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Vermogensrendementsheffing en werkelijk rendement. Nominaal rendement als grondslag
Samenvatting
Belanghebbende heeft over zijn banksaldi in 2019 een werkelijk nominaal rendement (rente) behaald van 0,27%. Het werkelijke rendement over zijn gehele vermogen in box 3 bedraagt in 2019 0,326%. De aanslag IB/PVV 2019 is opgelegd in overeenstemming met de aangifte en met toepassing van de in 2019 geldende wettelijke regeling. Volgens belanghebbende is deze heffing in strijd met het eigendomsgrondrecht van art. 14 EVRM en art. 1 Protocol 1 EVRM. Tijdens de procedure voor het Hof heeft de Inspecteur de aanslag verminderd naar aanleiding van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.