NJ 1915, p. 537
Hof Arnhem, 16-12-1914
Hof Arnhem 16-12-1914, ECLI:NL:GHARN:1914:8
- Instantie
Hof Arnhem
- Datum
16 december 1914
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. J. J. Gockinga. Raden: Mrs. Dr. C. W. Maris en D. R. B. Baron van Lynden (plv.).
- Zaaknummer
[161914/NJ_1915,_p._537]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARN:1914:8, Uitspraak, Hof Arnhem, 16‑12‑1914
- Wetingang
(WvK art. 16-35.)
Samenvatting
Voor hetgeen de overblijvende vennooten aan den uit de vennootschap onder firma uitgetreden vennoot krachtens de akte van vennootschap verschuldigd zijn, zijn zij niet hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk; daar zulks niet is eene tegenover een derde -aangegane verbintenis der vennootschap.
De vordering tot nakoming van een dergelijke verbintenis is niet eene handelszaak.
De vordering tot hoofdelijke veroordeeling is eene bijkomende vordering, welker niet-toewijsbaarheid geenszins behoeft mede te brengen afwijzing van de geheele vordering.
De bepaling, der akte van vennootschap, welke den uitgetreden vennoot verbiedt om in de gemeente Apeldoorn zaken uit te oefenen, zooals die, welke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.