Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS464477:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Volgens Franken kan slechts een onafhankelijke rechter onpartijdig zijn (zie Schoep, p. 57). Zie ook Van Russen Groen, p. 144.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige onderdeel heb ik het onafhankelijkheidsbeginsel behandeld en daarbij aangegeven dat naar mijn mening een onafhankelijke positie een faciliterende, noodzakelijke voorwaarde is voor een onpartijdige besluitvorming.1 Daar waar het onafhankelijkheidsbeginsel ziet op de formele vormgeving van de rechtsprekende macht ten opzichte van de wetgevende en uitvoerende macht (extern) en op de inbedding van de rechterlijke functie binnen de rechterlijke organisatiestructuur (intern), daar geeft het onpartijdigheidsbeginsel invulling aan de relatie tussen de rechtsprekende instantie en de verdachte. Of in fiscale termen: aan de relatie tussen de beboetende belastinginspecteur en de belastingplichtige.
Hierna zal ik eerst aandacht besteden aan het onpartijdigheidsbeginsel in de strafrechtelijke context om vervolgens in te gaan op de onpartijdigheid in fiscalibus.